Bureau Bijzondere Opsporingstaken

 

 

LAMP

DIT ONDERWERP IS NOG IN BEWERKING.

MOCHT U ALS OUDGEDIENDE HIERAAN EEN BIJDRAGE WILLEN LEVEREN Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. ME DAN AUB.

 

Herman van de MosselaarIn 1972 was het drugsgebruik in Eindhoven zodanig toegenomen dat er een nieuwe afdeling werd opgericht om dat probleem te bestrijden.
De eerste pionier op het gebied van drugsbestrijding was Herman van de Mosselaar. Hij zou tot aan zijn pensionering in 1982 bij de afdeling werkzaam blijven.
Hij was in 1946 bij de gemeentepolitie Eindhoven gestart.
Bij zijn afscheid in 1982 gaf hij aan: "De trieste kant van ons werk is dat je het probleem alleen maar verplaatst. Maar wij lossen het niet op." 

armand

Herman van Loenhout, beter bekend als de Eindhovense protestzanger Armand, sprak ik in 2011 over deze periode. Hij was een van de pioniers in Eindhoven op het gebied van het gebruik van soft drugs.
Hij vertelde me dat de politie totaal geen idee had wat softdrugs waren, hoe ze het spul moesten ontdekken en grip krijgen op de handel er in.
Zoals hij het zo plastisch uitdrukte: "De wouten zagen het verschil niet tussen hash en peperkoek. We hebben ze heel vaak voor de gek gehouden."

Armand overleed in 2015. Een van de Eindhovense markante figuren. 

armand 5armand 4
(foto's webmaster)

 hashvangst

In juli 1972 werd de eerste grote drugsvangst in Eindhoven gedaan. In een Mercedes met daarin Gerard van F. en Hannes S, werd 40 kilo hash gevonden, verstopt in de wielkasten van de auto. Beiden kwamen terug van een 'vakantie' in Tanger.
De toenmalige waarde van het goedje bedroeg 125000 gulden. Het was landelijk nieuws. Vanwege het feit dat Van F. een bekende drugshandelaar was, werd hij extra in de gaten gehouden met bovengenoemd resultaat.
Bij de pas opgerichte afdeling werd de vangst trots getoond. Gerard van F. werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 1 jaar waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

De agent die de auto had staandegehouden  kreeg van de toenmalige loco-burgemeester Wim van Elk, een zgn. tevredenheidsbetuiging met een boekenbon voor zijn optreden. (onder) Een tevredenheidsbetuiging van de burgemeester behoorde toen tot een van de officiële beloningen die een politiefunctionaris kon krijgen.

tevredenheidsbetuiging

 

krantenkop

De drugshandel ontwikkelde zich tot harde criminaliteit.
In april 1981 werd er door een Eindhovens echtpaar een man uit Voorburg ontvoerd omdat die hun vrachtauto met daarin een hoeveel hash zou hebben gestolen. Het echtpaar was naar Voorburg gereden en had de man bij zijn woning opgewacht. Toen hij daar aankwam werd er meteen een pistool onder zijn neus geduwd en werd hij onder behoorlijk verzet meegenomen. Bij dat verzet werd hij in zijn bovenbeen geschoten waarna hij geboeid naar de Eindhovense Van Pedestraat werd gebracht waar het echtpaar woonde.
Daar werd hij onder zware dreigementen, het afhakken van zijn pink, het injecteren met LSD, gedwongen te vertellen waar de auto was. Hij bezweek uiteindelijk voor de dreigende folteringen en vroeg of hij even mocht bellen. Kort daarna werd er bij de woning 35 kilo hash afgeleverd. Deze rest zou volgen zo beloofde hij.
Ze geloofden hem en hij mocht gaan. Hij durfde echter niet naar huis en dook ( á raison van 375 gulden per nacht) onder in het Kuhrhaus in Scheveningen.
Daar wisten ze hem echter ook te vinden en werd hij letterlijk uit zijn comfortabele schuilplaats geslagen en weer geboeid afgevoerd naar Eindhoven. Dit keer naar de Bergen op Zoomstraat waar hij met een touw om zijn nek aan de hanenbalken van de zolder vastgemaakt. Hij wist echter te ontsnappen en vanaf het dak van een belendend perceel om hulp te roepen.

Stil aan veranderde de handel in drugs van soft naar harddrugs. De heroïne en cocaïne dook ook in Eindhoven op. In 1981 betaalde men (afwisselend) ongeveer 375 gulden per gram. De prijs schommelde en was afhankelijk van de kwaliteit en van de hoeveelheid dealers. Als de prijs zakte wist de politie dat er veel cocaïne op de markt was, met name afkomstig uit Amsterdam.

In die tijd waren er in Eindhoven ongeveer 140 Surinamers en 90 Antilianen aan drugs verslaafd. Er was een stichting, Srefi Jepi, die hulp bood aan de verslaafden en die in 1979 was opgericht. De toenmalige straathoekwerkers waren Roy Nelom en Mike Zschuschen. De stichting was echter geen lang leven beschoren. Gemeente en stichting overlaadden elkaar over en weer met verwijten. Zou verweet de voorzitster van Srefi Jepi de gemeente Eindhoven er van dat die haar verantwoordelijkheid in deze afschoof op een klein bestuur en de twee straathoekwerkers.

In Eindhoven werkten op dat moment de volgende instanties aan de drugsproblematiek:

  • De stichting hulp aan drugsgebruikers (HAD)
  • Het consultatiebureau voor alcohol en drugs (CAD)
  • De gemeente Eindhoven
  • De GGD
  • De politie
  • De plaatselijke huisartsenvereniging
  • Gemeentelijke apparaten die zich bezighielden met huisvesting en werkgelegenheid

krantenkop 
Er was echter totaal geen sprake van samenwerking en ieder werkte voor zich. cor van de ven
De verantwoordelijke wethouder had plannen om alles te bundelen maar opvallend was dat de Surinaamse en Antilliaanse vertegenwoordigers daarvoor niet waren benaderd en ook niet van die voornemens op de hoogte waren.
Ook de politie wist niet van dergelijke plannen.
De bedoeling van het nieuw te vormen overlegplatform was een vierjarenplan.
De toenmalige chef van het bureau bijzondere opsporingstaken was brigadier Cor van de Ven.(r)
Ook hij pleitte nadrukkelijk voor opvang van verslaafden omdat die volgens hem eerder als patiënt dienden te worden aangemerkt dan als crimineel.
Het aanhouden en veroordelen van die verslaafden zou volgens hem totaal niets opleveren.
Volgens Van de Ven sloeg Eindhoven in de aanpak van de drugscriminaliteit landelijk geen slecht figuur.
Dat lag met betrekking tot de opvang van drugsverslaafden wel anders. Die was er niet.

In de tachtiger jaren stond het Eindhovens Dagblad bol van de artikelen die te maken hadden met gearresteerde drugsdealers en andere zaken die met de handel in hardrugs te maken hadden.
Kennelijk had de handel in harddrugs zich verspreid en vond die niet alleen meer plaats in Amsterdam.
Ook Justitie ging hardere taal gebruiken en zette dat ook om in hogere strafeisen.
Tijdens een rechtzaak tegen Juul K. uit Eindhoven op 11 januari 1981 uitte de officier van justitie Mr. Bos zich in niet mis te verstane woorden (onder)

krantenkop

Volgens Mr. Bos behoorde de verdachte tot een grote club die vooral bijeen kwam in Eindhovense kroegen als Touhpits, de Soos of de White Horse. De kroegen werden door hem getto's genoemd. Toen de soos voor Surinamers in de Heilige Geeststraat werd gesloten had Juul K. zijn werkterrein verlegd naar een bar in de Rechtestraat. Hij betrok zijn handel van dealers van de Amsterdamse Zeedijk.
Eindhoven kreeg de twijfelachtige eer een van de Nederlandse steden te zijn waar de handel in harddrugs welig ging tieren.

 krantenkop

Eind 1981, slechts enkele maanden na de uitspraak van Mr. Bos, maakte een andere officier het nog bonter. Mevrouw van der Molen-Maessen vertelde tijdens een zitting dat Justitie zou doorgaan met haar werk totdat er in Eindhoven niet meer in harddrugs werd gehandeld.Dat was tijdens een zitting tegen de dealers Johnny B. en Reginald K.
De geschiedenis heeft geleerd dat handhaving, hoe streng dan ook, geen ultieme oplossing is om een probleem te bestrijden. Ook deze officier heeft dus, haar goede voornemens ten spijt, geen gelijk gekregen. Handel in en gebruik van drugs is alleen maar toegenomen en extreem hard geworden.

krantenkop

cocainevangstEind tachtiger jaren beginnen de onderzoeken tegen drugsbendes waarbij vaak de hand wordt gelegd op tientallen kilo's cocaïne. Voor miljoenen aan guldens harddrugs worden in beslag genomen.
Maanden van werk gaan eraan vooraf voordat uiteindelijk de slag kan worden toegebracht. Voor de rechercheurs die er zo lang aan hebben gewerkt, was dat altijd een spannend moment.
Er kon nl. altijd iets onverwacht gebeuren waardoor de maandelange operatie mislukte.
Dat was echter niet zo in het onderzoek tegen de Eindhovenaar Leo van P.
Dat onderzoek had tot resultaat dat er een hoeveelheid van 40 kilo cocaïne werd gevonden in speciekuipen.
Die partij had een straatwaarde van 8 miljoen gulden. Deze zaak speelde in december 1988.

In juni 1989 leidde een onderzoek, dat had geduurd vanaf januari 1987, tot het oprollen van een drugsbende uit Eindhoven met lijnen (hoe toepasselijk) naar Colombia en India.
Deze bende werd geleid door een 38 jarige Eindhovenaar die aan deze handel naar schatting een omzet van 10 miljoen gulden heeft behaald.
De rechercheurs hadden aan deze zaak gewerkt in India, Spanje, Luxemburg en Engeland en de Verenigde Staten en Canada.
De reden dat er ook in Amerika onderzoek werd gedaan lag in het feit dat de Eindhovense hoofdverdachte grote partijen cocaÏne van hem had gekocht. Die Amerikaan stond in rechtstreeks contact met het beruchte Medellin-kartel in Colombia.

De hoofdverdacht werd beschuldigd van het in -en uitvoeren van 600 klio hash, de invoer van 45 kilo cocaïne en de uitvoer van 100 kilo cocaïne.

In totaal werden er nav. deze zaak 23 mensen gearresteerd waarvan de meesten uit Zuidoost-Brabant afkomstig waren.

 heroinevangst

vlnr: Hans Sanders _ Jacques Jan Rooijmans

In april 1990 werd er door de rechercheurs een heroïnetransport onderschept van 40 á 50 kilo zuivere heroïne. Straatwaarde ongeveer 10 miljoen gulden. De heroïne zat verstopt in ruimtes in de kokerbalken en chassisbalken van een uit Turkije afkomstige vrachtwagen die op de A-67 werd opgevangen.
Nadat er informatie werd ontvangen over een mogelijke Turkse heroïnelijn naar Eindhoven werd en door 9 rechercheurs maandenlang aan deze zaak gewerkt.

 xtc
Een nieuw fenomeen aan de Nederlandse drugsscène dringt zich aan. XTC.
Begin negentiger jaren wordt door de Eindhovense rechercheurs (deeluitmakend van een regionaal rechercheteam) de tot op dat moment grootste XTC-vangst van Nederland gedaan. De vangst had een straatwaarde van 9 miljoen gulden.
Ook aan deze zaak was maandenlang intensief gewerkt.
De strijd tegen de handel en het gebruik in drugs wordt steeds harder en de handelaren worden ook steeds inventiever.
Het is nu eenmaal zo dat we in Nederland met wetgeving te maken hebben waaraan opsporinginstanties zich hebben te houden. Dat is uiteraard, hoe waardevol een goed en rechtvaardig rechtssysteem ook is, altijd een ongelijke strijd.

Als twee voetbalteams tegen elkaar moeten spelen en slechts een team hoeft zich aan de regels te houden, is het duidelijk welke van de twee zal winnen.

Toen de pionier van de Eindhovense drugsbrigade (Herman van de Mosselaar) bij zijn afscheid zei dat we het probleem nooit zouden oplossen maar verplaatsen, had hij gelijk.
De uitspraak van de officier van Justitie "We gaan net zo lang door tot de drugshandel is verdreven" was dan ook niets meer dan een kreet.