Gerard van den Boom

 

Nieuw personeel:

  • per 1-mei-1945 25 aspiranten;
  • per 1-april-1945: 7 man,
  • per 25-april-1945: 9 man,
  • 0-april-1945: 5 man,
  • 1-mei-1945: 2 man,
  • 8-mei-1945: 1 man
  • 18-juni-1945: 25 man.

 

Com.PijlsDe inspecteur Pijls (links) werd Commissaris en ik kon mijn plaatsje op kamer 9, op personeelszaken weer innemen.
Het dienstverband van het in de oorlog in dienst getreden personeel werd per 1-1-46 door v.d.Werf omgezet in een tijdelijk dienstverband met een proeftijd van een jaar. Aanstelling in vaste dienst zou eerst plaats vinden na het behalen van het officiële politiediploma, dat we natuurlijk niet hadden omdat in de oorlog geen examen werd afgenomen. Wij hadden trouwens praktisch geen theorielessen gehad, afgezien van enkele uurtjes les in Strafrecht en Strafvordering bij de Marechaussee.
Naast de exercitieopleiding werden we blijkbaar geacht in de praktijk voldoende kennis op te doen. Daar er in 1946 nog geen examens voor het politiediploma werden afgenomen, werd de proeftijd op 24-12-46 met een jaar verlengd.

In 1947 vonden inderdaad weer examens plaats en de meeste oorlogsagenten haalden de eerste keer het diploma. Enkelen haalden zelfs de “aantekening met lof". Ik haalde het op 27-1-47 en op 19-8-47 de aantekening. De dienstverbanden werden dan ook weer in vaste dienstverbanden omgezet, hoewel we eigenlijk al vanaf 18-6-42 vast aangesteld waren in dienst van de gemeente Eindhoven.
(Ik spreek hier van "we" omdat dit voor de gehele ploeg Schalkhaar agenten geldt).

Na de bevrijding werd ook de politieadministratie weer opgebouwd. Jos Schroeders, die voorheen ambtenaar op de gemeentesecretarie was, werd hoofd van de administratie.
Dhr. Aarts ging met pensioen (65 jr), dhr. v.d.Heuvel werd comptabele (financieel beheer), dhr. de Poorter werd inspecteur van politie, V.d.Els, met wie ik op kamer 9 had gezeten, werd aanvankelijk bij de Engelse Militaire Politie gedetacheerd en ging later als insp.v.pol. naar Nederlands Indië.

Per 18-9-44 werden 14 man hoger personeel, 55 man lager personeel w.o. 8 arbeidscontractanten (W.A.hulpagenten) ontslagen, (zie aantekeningen in schrift "Mutaties personeel i.v.m. maandrapport).

 

Jos SchroedersSchoonebeek

 

Dhr.Schroeders (boven links) bouwde een nieuwe politieadministratie op volgens het Gemeenteadministratiemodel. Er kwamen een afd. Registratuur en afd. Personeelszaken, een afd. Financiën en een Politieke Dienst.
(zie brief van hoofdcomm. aan Burgemeester dd. 31.10.45, opgesteld door dhr. Schroeders.)

Ook kwam ook de heer Schoonenbeek (boven rechts), voormalig ambtenaar ter Gemeentesecretarie Culemborg, die, nadat ik hem had ingewerkt in de Eindhovense toestanden, mijn chef werd. Hij had diploma Gemeenteadministratie, ik was agent van politie.
Voordat de hr. Schroeders aan zijn opbouw van een politieadministratie begon, had ik deze administratie bij afwezigheid van anderen alleen gedaan zo goed en zo kwaad als dat ging, zij het natuurlijk in beperkte mate. Later bijgestaan door de eerder genoemde Mej. Wiersma.

Staatspolitie

In de oorlog werden alle voorheen bestaande politieorganisaties zoals Gemeentepolitie, Rijksveldwacht, Gemeenteveldwacht en Marechaussee, samengevoegd.
De in opdracht van de Duitsers gevormde nieuwe organisatie was de Staatspolitie (zie de Jong).
Daar ik deze omvorming te Eindhoven had meegemaakt, kon ik dhr. v.d.Werf hierover uitvoerig inlichten, inclusief alle daaromheen plaats gevonden hebbende gebeurtenissen en over personen die er een rol bij hadden gespeeld.
De zuivering speelde hier tussendoor doch werd verricht door de Zuiveringscommissie bestaande uit dhr. Buiten (A.R.gemeenteraadslid), dhr. v.d. Grinten, leraar St.Joriscollege en nog iemand waarvan ik de naam niet meer weet.
Nu moest de zaak weer worden teruggedraaid van Staatspolitie naar Gemeentepolitie.
De bijbehorende administratie werd mijn taak. Ook hield ik de administratie bij van het Ned.Politieziekenfonds, later Geneesk. Verzorging Politie. (inname nota's , doorzending naar Utrecht, later de gedeclareerde gelden uitbetalen).

Ook moest ik de distributiebescheiden voor het gehele personeel (incl.gezinsleden) ophalen bij het distributiekantoor in het College (een voormalige school tussen Stratumseind en Smalle Haven). Ik moest die dan op kamer 9 Hoofdbureau uitreiken.
Ik zat daar samen met de dhr Schoonebeek omdat v.d.Els naar Indië was vertrokken. Dit duurde een paar jaar, tot dhr.v.d.Werf vroeg wat mijn toekomstplannen waren. Ik kon een administratieve rang krijgen (bureauambtenaar 1e klasse) of terug gaan naar de actieve dienst als hoofdagent v.pol.

Ik koos voor het laatste en diende tot 1-4-1955 bij de Bijzondere Dienst, afdeling Bijzondere Wetten. 

Sancta UrsulaDie was aanvankelijk gevestigd in de kapel van het klooster Sancta Ursula, dat destijds na vertrek van de nonnen in gebruik was genomen als gemeentehuis. De kapel was een houten aanbouw aan een villa vóór de ingang van het Stadswandelpark aan de Stratumsedijk, ongeveer op de plaats waar nu de Stadsschouwburg staat. (links)
Later werd het bureau Bijz.Wetten verplaatst naar Nieuwstraat 5, naast restaurant de Bus.

 politiepost Stratumpolitiepost St.Jorislaan

Naast Sancta Ursala was een soort prieel of theehuisje, dat als politiepost Stratum in gebruik was (boven links), later gevestigd in een huisje aan de St.Jorislaan, hoek Stratumsedijk, waar nu een flatgebouw staat.(boven rechts)

In een enthousiaste bui heb ik in 1955 eens berekend wat ik na promoties eventueel zou kunnen verdienen.

kladje mbt maandsalaris van den BoomMijn maandsalaris was toen:

 

Wedde, kledingtoelage, Rijwieltoelage, Kindertoelage, tijdelijke kindertoelage minus pensioenpremie, loonbelasting en premie geneeskundige verzorging = ƒ.447,72.
De maxima bedroegen voor hoofdagent wedde+kledingtoelage+rijwieltoelage ƒ.5020,80,
voor brigadier ƒ.5784,20
voor adjudant ƒ.6496,32 per jaar.

 

In en artikel in het korpsblad van maart 1953 schreef de redactie bij gelegenheid van het afscheid van Gerard van den Boom:

Schreef collega v. d. Boom, als secretaris van de afd. Eindhoven van de Centrale van Politie organisaties nog in het korpsblad, over de maand oktober 1954 onder de titel: „Symptoom", dat de stroom van collega's, die gebruik maakt van het tekort aan werkkrachten in deze tijd van hoog-con junctuur, overstapt naar een beter betaalde betrekking steeds groter wordt, thans heeft hijzelf, blijkbaar door zijn eigen artikel geïnspireerd, het besluit genomen ingaande l april 1955 een nieuwe werkkring te aanvaarden en wel bij het Gemeenschappelijk Administratiekantoor hier ter plaatse.

Zo maar wat losse opmerkingen:

Na het grote bombardement van 5 december 1942 was het Philips-ontspanningscentrum als dependance van het politiebureau in gebruik. Als we geen taak op straat hadden zaten we daar op een balkon in een grote zaal. Op een balkon aan de andere kant van de zaal zat de Grüne Polizei, die ook naar Eindhoven was gestuurd. Zij zongen van tijd tot tijd de bekende Duitse liederen.
Aan onze kant zaten ook politieagenten uit andere steden die ter assistentie waren gedetacheerd. Wij maakten er een sport van om na elk Duits lied een Nederlands vaderlands lied in te zetten.
Je stond er verbaasd van hoeveel goede stemmen er aanwezig waren. Uit volle borst!

Er is gedurende de oorlog een tijd geweest dat in de kelder van het oude stadhuis aan de Rechtestraat (inmiddels afgebroken) distributiebescheiden lagen opgeslagen die werden bewaakt gedurende de nacht door distributieambtenaren die waren bewapend met ijzeren speren. Daarmee zonden eventuele overvallers geweerd moeten worden!

Assistentie bij de nonnen

In de vijftiger jaren belden de nonnen van het klooster aan de Heezerweg bij Tivoli dat ze geen raad wisten met hun hond en of we die maar even wilden doodschieten.
Ter plaatse bleek dat een potige boerendochter (non) belast was met de verzorging van die hond.
De hond zal in een afgesloten ren, ook van boven afgesloten.
Zij hadden de hond aangeschaft om de kwajongens die over de schutting klommen om het fruit te jatten, weg te jagen.
De non-verzorgster deelde ons mede dat de hond geen hond was maar een wolf. Zij had er verstand van.
De hond ging als een verscheurend dier tekeer in de ren toen hij onze aanwezigheid opmerkte. Het was dus moeilijk schieten op een heen en weer springende hond.
Uiteindelijk heb ik maar een schot gelost en raakte hem in een voorpoot. Daarna ging hij in zijn nachthok liggen midden in de ren, grijnzende bek met tanden naar buiten gericht.
Toen was het wat gemakkelijker om hem een genadeschot te geven.
De zuster en brigadier de Tollenaer hebben terplekke een diep gat gegraven waarna de hond werd ter aarde besteld.
Overigens moet ik tot slot nog mededelen dat de huidige tijd op een bepaald punt niet veel verschilt met de oorlogstijd.
Toen mocht de burger 's nachts niet op straat vanwege de spertijd, nu kan hij niet op straat vanwege gevaar voor eigen veiligheid.

Hachelijk voorval

Het meest hachelijke voorval van de hele oorlogs -en bezettingstijd vond plaats toen ik op zekeren dag van de wachtcommandant (hoofdagent, vergelijkbaar met later adjudant) opdracht kreeg om met een voor het bureau staande bus mee te rijden. Dit leek niets bijzonders. Het gebeurde wel meer dat je zo'n soort opdracht kreeg zonder nadere toelichting, je wist dus niet wat er aan de hand was. Joop maakte het eens mee dat hij opdracht kreeg met de postauto mee te gaan naar Bladel. Onderweg bleek dat de chauffeur daar Belgische shag ging halen voor de postbazen. De politiebazen zullen er ook wel in hebben mee gedeeld. In mijn geval zat er een chauffeur in de bus en ik ging op de voorste bank in de overigens lege bus zitten. Er was mij niets verteld omtrent het doel van de rit.
Tot mijn ontsteltenis echter stapten er even later ook twee Grüne Polizeimannen in, die met hun karabijnen op de achterste bank gingen zitten. De bus reed weg en ik weet niet meer of de chauffeur al opdracht had om naar een bepaald adres te rijden of dat zij hem dat in de bus opgaven. De bus reed naar Woensel, waar hij bij een bepaald adres stopte, ik meen in de Wattstraat. I
n paniek stapte ik uit, niet wetende wat er gebeuren ging. Ik liep wat rond in de straat, ik had tenslotte geen opdracht. De Duitsers hadden ook niets tegen mij gezegd. Zij stapten ook uit en zullen wel ergens aangebeld hebben zonder gehoor te krijgen. Daar ik nog binnen hun schootsafstand was, ging ik terug naar de bus en stapte weer in. De bus reed terug naar het bureau.
Later hoorde ik van een nichtje, dat bij Philips op de Hollandse Afdeling (later Philips Nederland) werkte, dat een collega van haar, die mij wel eens op die afdeling had gezien en mij dus van gezicht kende, haar had gevraagd zijn dank aan mij over te brengen omdat hij, toen hij mij door de straat had zien lopen en op afstand de Duitsers had zien lopen (normaal fietste een agent in de buitenwijken van de stad) dacht dat er iets onheilspellends zou kunnen gebeuren en snel via de achterdeur en tuin de benen had genomen.
Ik zou zijn leven hebben gered hoewel ik me nergens van bewust was. Ik heb trouwens nooit begrepen waarom ik met die bus mee moest. Zij hadden blijkbaar opdracht om iemand op te halen, moesten ze daar dan een Nederlandse politieman bij hebben? Eén van de vreemde kronkels die je in de oorlog meemaakte. In dit geval liep het goed af en kreeg ik nog een bedankje op de koop toe.

TOP