Gerard van den Boom

Artikelindex

 

Gedurende de oorlog bracht ik mijn meeste tijd op die administratie door. Alleen bij calamiteiten, bijv. bominslagen, als al het personeel op straat nodig was, werd ik ook weer naar buiten gestuurd tot ik daar weer gemist kon worden.
We zaten in een vertrek op de eerste verdieping boven de poort van het hoofdbureau. Later werd ik verplaatst naar kamer 9, tegenover de commissariskamer, naast de kamer van Majoor Vermeulen, die slechts via onze kamer bereikbaar was (hij was als N. S. B. er bang dat hij geliquideerd zou worden en vond het daarom veiliger dat een eventuele bezoeker hem alleen via onze kamer kon bereiken).
Op zijn kamer stond echter een radiotoestel en als hij niet aanwezig was, luisterden v.d.Els (die ook op kamer 9 zat en de functie van administrateur Ordepolitie vervulde en na de oorlog als inspecteur v.politie naar Nederl.Indië is gegaan) en ik naar de B.B.C.
Het was een monoknop toestel, zodat we, als we iemand hoorden aankomen, met één kleine handbeweging het toestel konden afzetten, zodanig dat het ook niet meer op de Engelse golflengte stond ingesteld.
Inspecteur Velthuis, die voor de oorlog agent van politie in Meppel was geweest maar op grond van zijn lidmaatschap van de NSB tot inspecteur bevorderd (overigens geen gevaarlijk heerschap, na de oorlog werd hij wel ontslagen, maar aangesteld tot conciërge bij een Eindhovense middelbare school), deze Velthuis dus, wilde mij naar de politieofficiersschool in Apeldoorn hebben.
Ik heb dat om principiële redenen geweigerd. We hadden in Schalkhaar al genoeg meegemaakt en we waren inmiddels weer een jaar verder.
Later werden twee inspecteurs te Eindhoven geplaatst (Menger en Verkerk) ook afkomstig van de school en ook met voorheen een rang in de lagere regionen. Tot mijn verbazing werden ze na de bevrijding niet geschorst maar bleven ze als inspecteur werkzaam.


Op kamer 9 bestond mijn werk uit:

  • het bijhouden van de personeelsadministratie,
  • het innemen van rekeningen van het Politieziekenfonds, deze doorzenden en later aan de belanghebbenden uitbetalen (het was eigenlijk een soort particuliere ziektekostenverzekering)
  • het afhalen aan het distributiekantoor van de distributiebonnen voor het gehele personeel en hun gezinnen.

Ik deed er ook wat tikwerk. Als het me nuttig leek maakte ik van de brieven een extra kopietje en gaf dat door aan mijn neef Henk Wielenga (winkelier aan de Nieuwstraat) die er bij zijn verzetsconnecties wellicht iets mee kon doen.
Van 28-8-44 tot 10-9-44 had ik verlof wegens huwelijk.
Van 29-8-44 was ik bij mijn vader aan boord. Het schip lag tijdens ons huwelijk te Alkmaar en vertrok vandaar naar Veen (a.d.Maas bij Heusden). Van Dolle Dinsdag (5 sept) hebben wij tijdens het varen niets gemerkt.
Op 8 of 9 september reisden we terug naar Eindhoven. Er was ondertussen van alles gebeurd, o.a. had insp.van Keulen alle S.D. gevangenen op Dolle Dinsdag vrijgelaten terwijl Eindhoven nog niet bevrijd was. Vanaf 11-9-44 zat ik weer op de administratie maar een paar dagen later weer in de straatdienst.
In verband met de spanning rond de nadering van de geallieerden, werd er door de stad gepatrouilleerd, zeg maar wat rond gefietst.
In de nachtdienst kon je nog wel eens wat uithalen.

Geerit Bruin en Gerard van den BoomZo hebben Gerrit Bruin(L) en ik van de in het Gemeentelyceum aan de Julianastraat opgeslagen radiotoestellen (Zie Radiopolitie in boek Matla) er diverse bij de eigenaars teruggebracht aan de hand van de labels die er aan hingen, terwijl de bewaker ergens elders in het gebouw zat te slapen.
Op 18 september 1944 kwam de bevrijding. 
Er brak een zeer onoverzichtelijke en rommelige tijd aan. Het is uitgesloten om alles wat er in het politiekorps gebeurde, samen te vatten. Ik kan alleen enkele voorvallen uit mijn rolletje daarin noemen. Ik werd meteen belast met het ophalen van politieke arrestanten die werden aangewezen door de Politieke Recherche Afdeling. Deze werden in diverse scholen in Eindhoven ondergebracht.

Daar werd ik soms ook als bewaker te werkgesteld. Ik herinner me dat ik een paar dagen na de bevrijding in een school aan de Don Boscostraat een lokaal vol Duitse krijgsgevangenen moest bewaken. Er lag een man of 20 in het stro te slapen. Gelukkig kreeg ik naast mijn dienstrevolver nog een Duits geweer ter beschikking. Ik heb de hele nacht in de deur gestaan om het zaakje in de gaten te houden. Ze bleven echter rustig, waren blij dat ze van de narigheid af waren.
Ook moest ik vaak politieke arrestanten van een school naar het Gezellenhuis in de Don Boscostraat transporteren, waar de P.R. A.-rechercheurs ze aan een verhoor onderwerpen. Dit was wel nodig want er zaten veel onschuldigen bij die alleen gearresteerd waren op grond van burenruzies die niets met politiek te maken hadden. Men probeerde zo vetes uit te vechten door iemand verdacht te maken.

politiepresident van Leeuwen in Den BoschOp 28-10-44 werd ik in opdracht van inspecteur van Keulen weer op de administratie geplaatst. Dat had waarschijnlijk de volgende reden:
Van oudsher was in den Bosch de procureur-generaal, fungerend directeur van politie gevestigd. De Duitsers hadden in hun reorganisatiewoede beslist dat deze functionaris in Eindhoven moest zetelen (omdat Eindhoven groter was dan Den Bosch?). Tevens werd deze functie gecombineerd met die van Hoofdcommissaris van Politie, toen Politiepresident genoemd (Mr.van Leeuwen).
Hierboven staat van Leeuwen (2e van links) op een balkon in Den Bosch. Links van hem staat Maj.Wijnkamp. Rechts staat de NSB-burgemeester van Den Bosch (Thomaes) die ook de schoonvader was van N.J. van Leeuwen. 2e van Rechts is de commissaris van politie te 's-Hertogenbosch, Majoor Staal.

De administratie van de Proc.Gen., het parket, kwam ook naar Eindhoven en werd in de gymnastiekzaal van het hoofdbureau ondergebracht. Maar de bevrijders begonnen langzamerhand onze grenzen te naderen en op een gegeven moment bleven die lieden in Den Bosch, waar ze woonden (het reizen was zeer gevaarlijk i.v.m.treinbeschietingen).Van den Heuvel was inmiddels aangesteld tot hoofdagent rechercheur-administrateur bij de Recherche Hoofdafdeling die onderdak had in het Pannenhuis, een oude villa aan de Stratumsedijk ongeveer op de plaats waar nu de P.C.Hooftlaan daarop uitkomt. Deze afd. was ook al ontstaan door voornoemde reorganisatie woede. Alles moest ook militaire rangen hebben.

Aarts hoofd administratieZo werd de oude heer Aarts (l), die zijn leven lang administrateur was geweest, plotseling Onderluitenant, hij kon gelukkig zijn oude werk blijven doen.
In diezelfde tijd, zo tegen de bevrijding, waren de meeste korpsleden die boter op hun hoofd hadden, gevlucht.
Na de bevrijding was er geen korpsleiding meer daar ook Mr. van Leeuwen was verdwenen (lid NSB) en werd dhr Aarts chef van de administratie van de Politieke Recherche geworden.
De P.R.A. was gevestigd Willemstraat 28.
Kort na de oorlog werd hij op 65-jarige leeftijd gepensioneerd, een maand later overleed hij.

 Hip.MinnaertToen kwam de hoofdinsp. Minnaert (links) weer tevoorschijn, die in de oorlog door de Duitsers was geschorst omdat hij Duits propagandamateriaal had verscheurd in plaats van het op de leestafel te leggen. Deze gemoedelijke baas werd waarnemend hoofdcommissaris.
Hij vestigde zich in de kamer van de Hoofdcommissaris en vroeg of ik in de kamer naast hem wilde komen zitten, de commissariskamer (er was op dat moment geen commissaris)
Hij kon de Engelsen en Amerikanen die hem bezochten slecht verstaan.
Op die manier had hij mij als tolk bij de hand en kon hij me via de tussendeur tussen makkelijker bereiken.

Het Pannenhuis aan de Stratumsedijk

Waar v.d.Heuvel gebleven is. weet ik niet meer. Een Rotterdamse inspectrice kinderpolitie, Mr. Wiersma, die om onbekende redenen in '44 (voor de bevrijding) naar Eindhoven was overgeplaatst, werd na de brand van het Pannenhuis (r), waar ook de kinderpolitie als onderdeel van de Recherche-hoofdafdeling was ondergebracht, op de administratie geplaatst, daar ze geen kamer meer ter beschikking had. Toen waren we dus al met tweeën. Daar de politiegelederen zeer waren uitgedund door de vlucht c.q. arrestatie van de foute korpsleden en door het feit dat er verschillende verlofgangers, die hun vakantie boven de rivieren doorbrachten, niet meer naar het bevrijde gebied terug konden reizen, moest er nieuw personeel worden aangenomen.
Er werd een oproep in de krant gezet. Er waren nog wat oude sollicitatieformulieren uit de bezettingstijd die na het doorhalen van enkele niet meer passende passages werden gebruikt maar de toeloop van sollicitanten was zo groot, dat ik snel een nieuw stencil tikte en uitdraaide zodat we weer even verder konden. Voor het uitreiken daarvan zat ik op de commissariskamer. Ook het innemen vond daar plaats.

 

Bote van de WerfOp een gegeven moment zag ik tussen de sollicitanten een heer in uniform opduiken.
Hij stelde zich aan me voor als van der Werf: de nieuwe hoofdcommissaris. (links)
Hij wist natuurlijk niet wie ik was. Ik was wel in uniform maar bij de bevrijding hadden we alle in de oorlog gevoerde distinctieven verwijderd, zoals het blauwe padje met zilveren bies op de kraag en de lauwertak van de pet.
Het rood-wit-blauwe schildje hadden we gehandhaafd. De uniformknopen zijn trouwens gedurende de gehele oorlog knopen van het Nederlandse leger geweest. Omdat ze bronskleurig waren had men ze met zilververf bewerkt om beter bij het zwarte uniform te passen.
Van de Werf nam de zaak dus over van Minnaert en toen begon de wederopbouw van het korps.
Dhr. v.d.Werf had tijdens de bezetting als gijzelaar in St.Michielsgestel gezeten, waar ook de Procureur-Generaal Baron Speyart van Woerden zat.
Daar zou hij reeds de toezegging hebben gekregen dat hij na de bevrijding Hoofdcommissaris in Eindhoven zou worden.
Voor de oorlog was hij inspecteur van politie in Tilburg.
In de begintijd na de bevrijding heb ik ook veel gesproken met de Hoofdcommissaris v.d.Werf, die wel de bezettingstijd had meegemaakt, doch in een gijzelaarskamp te Sint Michielsgestel (Ruwenberg).
Daar had hij wel allerlei verhalen over wat er tijdens de bezetting was gebeurd. Hij had het dus niet persoonlijk meegemaakt.

 

 

 

 

TOP