De Reservepolitie

De werving begon in 1948 nadat de commissaris van de koningin zijn fiat daarvoor had gegeven.
De eerste groep werd aangesteld op 5 augustus 1948 en op 31 december daarop volgend bedroeg de sterkte 37 man.

Het eerste optreden van de reservepolitie was bij de wielerwedstrijd  "De Ronde van de IJzeren Man" op 26 mei 1949.

Die sterkte bleef tot 1953 waarna een wervingsactie begon onder de buitengewoon dienstplichtigen.
De hoofdcommissaris plaatse onderstaande oproep in het korpsblad om iedereen op te roepen minimaal één reservist aan te werven.

oproep werving reservisten

Sterkte na wervingsactie:

01-07-1955:  94

31-12-1955: 124

31-12-1968: 118

1 januari 1972: 92 (waarvan 10 in opleiding)

In 1976 waren er 72 leden.

Wie kwamen in aanmerking?

Nederlanders die tenminste 21 jaar en nog geen 50 jaar oud zijn, die voldoen aan de door de Minister gestelde eisen van geschiktheid (medische eisen-levenshouding-persoonlijk gedrag) en niet behoren tot de zee- land- of luchtmacht, ongeacht of zij al dan niet in werkelijke dienst zijn.

Taak:
In tijd van oorlog, oorlogsgevaar, daaraan verwante of daarmee verband houdende buitengewone omstandigheden, dan wel bij rampen, hulpdiensten te verlenen bij de uitoefening van de algemene politietaak.

 

Er werd precies aangegeven (bijna tot in detail) hóe de reservist moest optreden in geval hij deel uitmaakte van een -zoals dat werd genoemd- geformeerde afzetting.
Die afzettingen kwamen bijvoorbeeld voor bij koninklijk bezoek of grote evenementen.
Hieronder een stuk dat voor de reservepolitie in het korpsblad werd geschreven en dat er toe moest bijdragen dat ze zouden begrijpen wat er van hen werd verlangd.
Ik heb het onverkort weergegeven om er geen afbreuk aan te doen.
Door wat hieronder is weergegeven krijg je niet de indruk dat men er destijds van uit ging dat men met volwassenen te maken had.
Aan de ene kant werd van politiemensen verwacht dat ze hun mannetje (want vrouwtjes waren er toen nog niet in de surveillancedienst) konden staan als ze er alleen voor stonden, terwijl men aan de andere kant vrijwel alle eigen initiatief dicht timmerde door regeltjes en voorschriften.
Let wel, het is in 1953 geschreven.
Een tijd waarin discipline en respect voor iedereen die wat hoger op de maatschappelijke ladder stond, vanzelfsprekend was.
Dit was verweven in de hele maatschappij.
Zoals iedereen nu weet is er sindsdien heel wat veranderd. Het is niet meer vanzelfsprekend dan de ene mens automatisch respect heeft voor de ander.
 

"Worden de reservisten ingezet dan moeten bij hen niet alleen de ernstige wil voorzitten, de door hun chef gegeven orders op de juiste wijze uit te voeren, doch zij zullen ook de gewenste tact moeten bezitten voor die gevallen, waarvoor géén orders kunnen worden gegeven en waarop zij op eigen initiatief moeten handelen.
Door zich te onthouden van ruwheid in welke zin dan ook, door integendeel, het publiek correct en waar hen dit gewenst voorkomt met gepaste gemoedelijkheid te behandelen, vooral daar waar aanvankelijk een minder aangename geest heerst, zullen zij ongetwijfeld tot een goede gang van zaken medewerken.
Zelfs op de meest kritieke momenten zal met bedaardheid, onafhankelijk van de flinkheid welke de reservepolitie nimmer mag verlaten,  meestal meer worden bereikt dan door ruw en gewelddadig optreden.
De reservepolitie schenke zijn aandacht voortdurend aan al hetgeen om hen heen voorvalt.
Binnen afzettingen mogen zij, noch met het publiek noch met hun collega's, nodeloos gesprekken voeren.
Van het ogenblik af dat een afzetting is opgesteld, moet er voor worden zorggedragen, dat het publiek binnen de voor de afzetting bepaalde lijn blijft. Indien hieraan niet terstond de nodige aandacht wordt geschonken, krijgen de reservisten op een gegeven moment een moeilijke taak en zullen zij het publiek slechts met de grootste moeite binnen bedoelde lijn kunnen terugbrengen.
Juist daardoor ontstaat ontevredenheid vooral ook, omdat personen, die vooraan stonden, dan achter anderen worden gedrongen.
Trottoirbanden, de scheiding tussen twee soorten bestrating, rijen van bomen en van lantaarnpalen e.d. vormen meestal de aangewezen afzettingslijnen.
Zij waken tegen het, zonder vergunning van de bevoegde autoriteiten, plaatsen van stellages, karren e.d. achter afzettingen, daar deze in verband met het achteruitbrengen van publiek, zeer hinderlijk kunnen zijn.
Indien een afzetting achterwaarts moet worden verplaatst, mag dit, zo enigszins mogelijk, niet met geweld gebeuren. Men zal daarin beter slagen door een ruim gebruik van stem en armen te maken en daarbij niet alleen een druk op de voorste rijen te doen uitoefenen, maar bovenal invloed op de achterste rijen te doen inwerken door het nemen van een der volgende maatregelen te weten:

  • Over de hoofden van de voorste rijen der mensenmassa worden de hier achterstaande rijen, door roepen en duidelijk aanwijzen, kenbaar gemaakt, achteruit te gaan.
  • Indien maatregel hiervoor bedoeld niet afdoende blijkt, wordt politiepersoneel op een gelid achter elkander op een geschikt punt door de menigte heengebracht; dit personeel vormt achter de voorste rijen van het publiek een cordon, dat door roepen en voor een ieder begrijpelijke armbewegingen de achterste rijen terugdrijft.

Tot een verblijf op het afgezette terrein zijn slechts diegenen gerechtigd, die in het bezit zijn van een hun van politiewege verstrekt pers- of ander doorlatingsbewijs of die anderszins hun aanwezigheid kunnen rechtvaardigen.
Personen, die zich naar particuliere woningen, kantoren, openbare gebouwen, kerken e.d. wensen te begeven en die deze gebouwen niet buiten de afzetting om kunnen bereiken, behoren te dien einde zoveel mogelijk daarheen te worden doorgelaten, terwijl hun van politiezijde alle hulp worde verleend. Bij twijfel moet aan deze personen worden gevraagd of zij in het bezit zijn van enig bewijs dat zij tot die percelen kunnen worden toegelaten. Zo mogelijk vergewisse de reservist zich, of zij daar binnengaan. Voorts moet er op worden gelet, dat zij niet binnen de afzetting blijven staan. Reservepolitie, die zich niet om redenen van dienst op het afgezette terrein moet bevinden heeft ten aanzien, van het betreden daarvan niet meer rechten dan het publiek.
Bij het passeren van de Koninklijke stoet wordt door het personeel beneden de Officiersrang (adjunct inspecteur) als afzetting langs de weg geplaatst, niet gesalueerd; het is opgesteld ¾ front makende naar het publiek, waaraan het zijn aandacht heeft te wijden en ¼ front naar de stoet.
De hiervoren gegeven opstelling is van kracht ten opzichte van elke afzetting. (Dit laat nogal eens te wensen -over).
Voorts behoort iedere reservist nauwkeurig bekend te zijn met de plaatsen, waar, in verband met eventuele ongevallen, geneeskundige hulp kan worden ingeroepen. Patiënten behoren, onder zo min mogelijk opzien, derwaarts te worden gebracht."

De reservist zal zijn dienst in ieder opzicht met de uiterste nauwgezetheid moeten vervullen. Om dit te kunnen verwezenlijken, zal hij met de op de uitoefening van de dienst betrekking hebbende algemene voorschriften, waarvan er hierna enige volgen, bekend moeten zijn.

  • Als mindere is hij gehoorzaamheid verschuldigd aan zijn meerdere en heeft hij een passende houding tegenover deze in acht te nemen.
  • Hij voldoet stipt en zonder tegenspraak aan de bevelen, gegeven door degenen die boven hem zijn gesteld.
  • Hij behoort feiten, die de openbare orde, rust of veiligheid kunnen verstoren of hinder of nadeel voor personen of goederen opleveren, zoveel mogelijk te voorkomen.
  • Hij houdt voor ogen, dat de politie in de eerste plaats een dienende taak jegens de gemeenschap heeft.
  • Bij de naleving van de Wettelijke voorschriften is hij zijn medeburgers ten voorbeeld.
  • Bij het vervullen van zijn taak betracht hij de uiterste rechtvaardigheid.
  • Hij onthoudt zich van vloeken en van het bezigen van ruwe uitdrukkingen of van onzedelijke taal. Gebrek aan beschaving maken hem voor de uitoefening van de politietaak ongeschikt.
  • Hij is onomkoopbaar, strikt eerlijk en onpartijdig. Hij neemt geen geld, geschenken, van welken aard ook, aan.
  • Hij geeft het publiek geen onnodige uiteenzetting over zijn optreden, doch verwijst het daartoe, zo nodig, naar zijn Chef.
  • Hij onthoudt zich zorgvuldig van wederrechtelijke vrijheidsberoving of onwettige aanhouding. Hij behandelt aangehouden personen op gepaste wijze.
  • Hij waakt tegen baldadigheid en buitensporigheden op of aan de openbare weg in het bijzonder bij het aan- en uitgaan van scholen en eveneens tegen iedere verstoring der rust in de nabijheid van ziekenhuizen er van scholen, gedurende de onderwijstijden en van gebouwen bestemd voor de Godsdienst, gedurende de Godsdienstoefening.
  • Wanneer hij in uniform dienst doet, is hij gekleed in de tenue, als door de bevoegde instantie voorgeschreven. Hij begeeft zich in uniform gekleed naar zijn dienst en verlaat deze ever eens in uniform gekleed. Hij draagt de overkleding geheel dichtgeknoopt.  Verboden is het zichtbaar dragen van truien, pullovers, van horloge- of andere kettingen, alsmede van potloden, vulpenhouders enz.
  • In uniform gekleed, brengt hij zijn meerdere de groet op de voorgeschreven wijze.
    In burgerkleding neemt hij de gewone burgerlijke beleefdheid in acht.
  • Het roken in uniform in het openbaar is behalve in de door de bevoegde instantie vastgestelde uren, verboden. Eveneens is het verboden op de weg of in voor het publiek plaatsen te pruimen, eet -of drinkwaren gebruiken of te kopen.
  • Zijn er voor de reservepolitie speciale reglementen vastgesteld, dan dient hij zich de bedingen hiervan eigen te maken en moet hij deze nakomen.
  • Hij is tot geheimhouding verplicht van hetgeen in verband met de uitoefening van de hem als politiereservist opgelegde taak te zijner kennis komt, een en ander voor zover dit betreft zaken, waarvan hij moet begrijpen, dat de mededeling of publicatie daarvan alleen tot andere althans niet tot zijn bevoegdheid behoort.
  • Hij is verplicht al datgene te doen en na te laten wat een goed politiereservist behoort te doen en na te laten.

----------------------------------------------

 

In 1969 was de minister van mening dat de taak van de reservepolitie te ver van de werkelijkheid lag en werd die taak aangepast.

Nu mocht men ook onder normale omstandigheden dienst doen zoals eenvoudige verkeersregeling, surveillance in daarvoor in aanmerking komende wijken, vergezellen van beroepspersoneel, assistentie bij sportevenementen, vorstelijke bezoeken ed.

korpsbevretten eindhoven

Ze droegen hetzelfde uniform als de reguliere politie met dit verschil dat op het korpsbrevet stond "Reservepolitie Eindhoven" (foto boven)

beëdiging reservepolitie
beëdiging reservisten

Beknopt weergeven wat de reservisten als taak hadden uitgevoerd:

  • dienst bij de bevrijdingsfeesten in september vanaf 1955
  • Dienst bij het paaseieren zoeken door de jeugd vanaf 1956. Wat hierbij opviel was dat er voor dit 'grootschalig' evenement, wat dus vooral door kleine kinderen werd bezocht, maar liefst 34 reserve politiemannen werden ingezet!
  • dienst bij de carnavalsoptochten vanaf 1964
  • dienst bij diverse Koninklijke bezoeken
  • dienst bij diverse M.E. oefeningen, waarbij in het algemeen de reservist als ,,tegenstander" fungeerde
  • dienst bij grote industriefeesten-bij wielerwedstrijden- bij vuurwerk- bewaking scholen
  • dienst bij de afd. Surveillance en Bewakingsdienst (S.B.D.) districten I en II.
  • Het verleden heeft geleerd, dat de reservisten bij bijzondere gelegenheden voor hun taak geschikt waren.

dodenherdenking door reservepolitie

Reservepolitie bij de jaarlijkse dodenherdenking op 4 mei.

Dennentocht OisterwijkDaarnaast werd op basis van vrijwilligheid o.a. nog deelgenomen aan de volgende evenementen:

De jaarlijkse ,,stille tocht" op 4 mei;
De nationale reservisten marsen;
Diverse wandeltochten, zoals de Dennentocht in Oisterwijk (links);
Diverse schietwedstrijden.

 

 

 

 defile inhuldiging burgemeester witte

Op 17 november 1959 nam de reservepolitie deel aan het defilé dat werd gehouden ter ere van de kennismaking van burgemeester Witte met het Eindhovense korps. Onder leiding van inspecteur van Gaalen (saluerend) met achter hem adjudant Piet van Soerland. Op de achtergrond is het toenmalige pand van "De Gruijter" nog zichtbaar.(hoek Hoogstraat-Willem de Zwijgerstraat) 

burgemeester witte ingehuldigd

vlnr: -?-Libois-Panis-Raaijmakers-Schoonebeek-Pullen-Matla-Vrenssen-Odekerken-Pijls-Witte-van der Werf-?-Mevr.Witte-Mevr.van der Werf

Het geheel stond onder leiding van Inspecteur Odekerken die het korps officieel aan de nieuwe burgemeester presenteerde.  Onder toeziend oog van hoofdcommissaris van der Werf, samen met de burgemeester op een podium, opgesteld voor het hoofdbureau aan de Grote Berg.(boven)

 De reservepolitie had een eigen vereniging "VERPOL"

pasfoto soerland witte petEen zeer belangrijke kracht die heeft bijgedragen tot de opleiding en vorming van de reservepolitie was Piet van Soerland.(l)
In 1936 kwam hij op proef naar politie als ‘dienaar van de politie’ met een proeftijd van 1 jaar.
Zijn weekloon bedroeg toen 26 gulden + 1 gulden diploma toelage.
Tijdens oorlog diende hij bij de economische afdeling olv. CvP. Pijls en gaf hij veel Nederlanders een seintje dat ze moesten onderduiken. 
Na 1955 werd hij belast met  (volgde adj.Verhoeven op) personeelscontrole, antecedentenonderzoeken, introductie nieuw personeel.
Dat hij die taak nauwgezet nam was alom bekend in het korps. De afdeling had de bijnaam "Sectie Stiekem" of afdeling "Gummi-hakken" omdat ze meestal op onverwachte momenten, verdekt opgesteld, politiemensen tijdens hun werk controleerden op naleving van regels op het gebied van rookverbod, juiste houding en verplichtingen tijdens surveillance, kledingvoorschriften etc.

Een oud-collega vertelde me de volgende anekdote:

Een motoragent had panne met de dienstmotor op de Vlokhovenseweg. Hij had de motor daar bij iemand voor de deur gezet en zat binnen koffie te drinken in afwachting van de auto die hem met zijn motor zou komen ophalen. Van Soerland zag de motor staan en belde op het adres aan waarna de betreffende collega, uniformjasje open, aan de deur kwam en de reden vertelde waarom hij daar aan de koffie zat.
Toen van Soerland weer in de auto terugkwam zei hij tegen de nieuwe politiemensen die hij aan het begeleiden was: “Kijk jongens. Zo hoort het dus niet. Hij had in plaats van koffie te gaan drinken, ook een verkeerscontrole kunnen doen op de Vlokhovenseweg.”

Het is voor een belangrijk deel aan zijn persoon te danken, dat Eindhoven een goed getraind korps reserve-politie bezat.

Ook is van hem bekend dat hij gedurende de oorlogsjaren veel heeft betekend door Eindhovenaren te waarschuwen die door de Duitsers dreigden te worden opgepakt.
Hij heeft er nooit met iemand over gepraat. Veel mensen denken dat hij heel veel heeft geweten over foute Eindhovenaren en over de rol die Lindemans (King Kong) heeft gespeeld, maar hij bleef tot aan zijn dood een gesloten boek.

 Beëdiging

Op zaterdag 13 april 1957 werden voor het eerst 32 reservisten beëdigd als onbezoldigd veldwachter der gemeente Eindhoven. Tot dan waren reservisten nog nooit beëdigd. Voorafgaande aan de beëdiging namen 90 reservisten, voorafgegaan door de politie harmonie, deel aan een mars door de stad.
In de Deken van Somerenstraat was zelfs een podium neergezet van waaraf oa. de loco-burgemeester en de hoofdcommissaris het defilé afnamen. 

legitimatie verbeel respol alegitimatie verbeel respol b

Bij de beëdiging in 1957 kregen ze bovenstaand legitimatiebewijs uitgereikt.
Dit betreft het legitimatiebewijs van de vader van Peter Verbeek die later ook bij de reservepolitie dienst zou nemen en daar 30 jaar lid van was.

Onderstaande foto laat de beëdiging van reservisten zien op een latere datum. Dit is af te leiden uit de nieuwe uniformen gemeentepolitie. Uiterst links staat Piet van Soerland.