De Straatdienst - Ontwikkelingen in de Surveillance Dienst

 

Hoewel niet zo veelvuldig voorkwam als tegenwoordig waren er eind zestiger, begin zeventiger jaren, ook al verslaafden die in de binnenstad vertoefden. Weliswaar geen drugsverslaafden maar alcholisten. Als die werden aangetroffen in zogenaamde "kennelijke staat" werden ze aangehouden en overgebracht naar het hoofdbureau aan de Grote Berg alwaar ze ter ontnuchtiging werden ingesloten in een zogenaamde sopcel. Dat was een cel zonder meubilair en toilet. Alleen een dikke harde rubberen mat op de grond en een afvoerputje in het midden van de cel. Daar verbleven ze dan meestal voor enkele uren tot ze nuchter genoeg waren om te worden verhoord en om weer veilig de straat op te kunnen.
Omdat openbare dronkenschap in artikel 453 van het Wetboek van Strafrecht strafbaar is gesteld werd zo iemand in het vakjargon een 453-er genoemd.

Het vroeg behoorlijk wat toezicht. Ieder half uur moest de cel worden gecontroleerd om te kijken of de betrokkene nog in orde was. Daarvan moest dan aantekening worden gemaakt op een papier dat op de celdeur hing. Mocht er dan iets met de verdachte gebeuren dan moest aangetoond worden dat er voldoende toezicht was geweest.

Op een bepaald moment mochten er geen dronken mensen meer worden ingesloten omdat het in den lande was voorgekomen dat iemand in de cel was overleden die als dronken was ingesloten terwijl hij eigenlijk een beroerte had gehad. Verkeerde beoordeling omdat iemand sterk naar drank rook, soms had overgegeven en moeilijk aanspreekbaar was.

Een prima beslissing om hiermee te stoppen. Niet alleen vanwege de kans op foute beoordeling.
Degenen die ontnuchterd waren werden 's-morgens rond 6 uur uit de cel gehaald door politiemensen in te laatste uur van hun nachtdienst. U kunt zich voorstellen wat voor geur er naar buiten kwam als de celdeur werd geopend en betrokkene daar zijn behoefte op de grond had gedaan en de hele nacht in zijn eigen vuil had liggen woelen. Bovendien kostte het overbrengen van dronken lieden met een dienstauto heel veel tijd en werd het door velen gezien als taxiritje.

 

Hieronder enkele foto's van hoofdagent Henk Swinkels die tijdens zijn surveillance op de fiets een van de notoire drinkers uit de binnenstad aantrof.

 

swinkels-met-453er-1

 

swinkels-met-453er-2

 

swinkels-met-453er-3

haargroei

De veranderingen in de zestiger jaren gingen ook niet aan de politie voorbij. Steeds meer jongere agenten gingen deel uitmaken van het korps, gerecruteerd uit de maatschappij van toen. Het was dus onvermijdelijk dat ze zich in hun vrije tijd niet meer kleedden in een driedelig kostuum maar ook gewoon de kleding droegen die bij hun leeftijd paste. Dat was ook zo met de haardracht.  De kortgeknipte kopjes verdwenen uit het straatbeeld en maakten plaats voor de lange haardracht. Ook in het korps tot grote ergernis van de hoofdcommissaris die er de krant mee haalde.

wijkenboekje 1967 awijkenboekje 1967 b

wijkenboekje 1967 c

Tot in het begin van de zeventiger jaren bestond in het korps het zogenaamde wijkenboekje
Voet -en fietssurveillance was dagelijkse kost.
De uitdrukking "zes pond" was toen zeer gebruikelijk. Iedere dag werd er door de dienstdoende ploegbrigadier een dienstlijst gemaakt waarop voor iederen te zien was wat hij die dag van uur tot uur moest doen. Overdag en in de middagdienst was dat veelal voet -of fietssurveillance. Als iemand van de 9 uur dienst 6 uur voetsurveillance had werd dat "zes pond" genoemd. Zes uur lopen, verdeel in telkens 2 uur waarna 1 uur "wacht". Die wachturen werden aan het bureau doorgebracht om te eten en de administratie af te werken.
In het wijkenboekje, dat iedereen op de man kreeg uitgereikt, stond precies omschreven welke straten tot een bepaalde wijk behoorden en hoe je die moest besurveilleren. Omdat de chef natuurlijk willde weten of iedereen deed wat hem was opgedragen werd dat gecontroleerd door het bureau interne controle. In het korps "sectie stiekem" genoemd. In elke wijk werden zogenaamde halfuurs -of uurspunten aangewezen. Dat waren punten in de wijk waarop je elk halfuur of uur even moest halthouden. Het bureau "sectie stiekem" had dan de gelegenheid te controleren of iemand ook daadwerkelijk in zijn wijk was.