De Verkeersdienst

Artikelindex

 

DE GROOTSTE VERKEERSOBSTAKELS IN HET EINDHOVEN VAN TOEN:

  1. de tram van de Tramwegmaatschappij "De Meierij
  2. de Woenselse Overweg
  3. de tram Eindhoven - Geldrop

DE TRAM VAN TRAMWEGMAATSCHAPPIJ "DE MEIJERIJ"

Vanaf het tramstation, gelegen aan de Tramstraat, waren er verschillende routes door de stad. Na vertrek van het station splitste de lijn zich op de hoek Tramstraat- Dommelstraat.
Een lijn liep over het toenmalige terrein van Van den Briel en Versier naar het spoorweg emplacement en de andere via de Parklaan - Nachtegaallaan- Bleekstraat naar de Geldropseweg en zo verder richting Geldrop.
De lijn vanaf het stationsemplacement liep vandaar over het Stationsplein, Parallelweg, vlak langs de bomen van de toen nog bestaande overweg, waarna de lijn zich weer splitste in twee lijnen. Een lijn liep via Emmamasingel- Kleine Berg - Hoogstraat - Blaarthemseweg naar Meerveldhoven en verder, en de andere kruiste, na een stukje de Parallelweg te hebben gevolgd, de spoorlijnen en liep via de Christinelaan, achter de Luciferfabriek, dwars over de Lijmbeekstraat, langs de toenmalige broodfabriek. Vervolgens kwam die op de Boschdijk, volgde die tot aan de toen nog bestaande Pauluskerk, rechtsaf de Frankrijkstraat in en verliep verder over de Woenselsestraat in de richting Son - St.Oedenrode.
Conflicterende punten met de tram waren de Woenselse Overweg en het kruispunt Willemstraat - Kleine Berg.
Vroeger was het de gewoonte dat als de spoorbomen gesloten waren het verkeer werd toegelaten tot vlak voor de bomen. Moest er nu een tram passeren, dan moesten alle aanwezigen eerst een eind teruggezet worden om de tram gelegenheid te geven voorbij te rijden. Bij het passeren voorbij de overweg en bij het Eindhovens Dagblad liep de conducteur van de tram met een rode vlag voorop, terwijl de machinist voortdurend belde. De rails lagen ter hoogte van het toenmalige pand van het Eindhovens Dagblad (hoek Kleine Berg) geheel links van de weg om direct daarna weer naar de rechterzijde van de Kleine Berg te gaan. Als de tram een behoorlijk aantal wagens moest trekken kwam het regelmatig voor dat zij de bocht niet kon halen en bleef steken. Hoewel de tram, na in haar bestaan de oorzaak van veel verkeersongevallen te zijn geweest, omstreeks 1935 uit het stadsbeeld verdween, zijn de rails nog een tijd blijven liggen om geen al te grote schommelingen in de cijfers van de verkeersongevallen statistiek te veroorzaken.

DE WOENSELSE OVERWEG

De Woenselse overwegHET verkeersobstakel van de stad was de Woenselse overweg. Dat die al voor de annexatie een rol van betekenis speelde blijkt uit een verkeerstelling die werd gehouden in 1919 tussen ’s morgens 7 en ’s avonds 7 uur.

Vanuit de richting Woensel in de richting Eindhoven passeerden daar 9389 voetgangers,

  • 1628 rijwielen,
  • 194 kinder- en handwagens,
  • 248 rijtuigen en karren,
  • 40 motorrijwielen en auto's
  • 82 stuks vee.

  

De Woenselse overwegIn omgekeerde richting telde men van 7 uur tot 19.30 uur (waarom hier een half uur langer geteld werd is een raadsel)

  • 11352 voetgangers,
  • 1636 rijwielen,
  • 217 kinder -en handwagens,
  • 57 motorrijwielen en auto’s
  • 38 stuks vee

De overweg was toen verdeeld in twee gedeelten. Één gedeelte, afgesloten door kleine spoorbomen, was bedoeld om voetgangers en fietsers door te laten en in de tijd dat de grote bomen al of nog gesloten waren. Gedurende de periode van 12 uur op de dag van de genoemde verkeerstelling waren de grote bomen gesloten gedurende 5,5 minuut, de kleine gedurende 3 uur en 2,5 minuut. 

De Woenselse overwegTer vergelijking volgen hier enkele cijfers van de verkeerstelling welke gehouden werd op 9 oktober 1947 op hetzelfde punt van 6.30 uur tot 18.30 uur.
Vanuit de richting Woensel in de richting stad passeerden toen de overweg:
5104 voetgangers, 6963 rijwielen, 86 bakfietsen, 65 bespannen voertuigen, 20 handkarren en 1249 motorrijwielen en auto's.
Vanuit de richting stad naar de richting Woensel waren deze cijfers 4853 voetgangers, 6485 rijwielen, 92 bakfietsen, 9 bespannen voertuigen, 23 handkarren en 1110 motorrijwielen en auto's.
Op 17 juli 1928 heeft men nog eens nagegaan hoe lang de spoorbomen gesloten waren in het tijdvak van 6.30 uur tot 20 uur.
De grote bomen waren gesloten gedurende 6 uur en 35 minuten, de kleine gedurende 5 uur en 56,5 minuut.

 TOP