Gebouwen en interieur

Artikelindex

 In 1953 werd er door de gemeenteraad van Eindhoven een voorstel gedaan om het politiebureau aan de Grote Berg grondig te verbouwen. B&W keurden het voorstel goed en stelde een krediet beschikbaar van fl. 1.658.000,-- Eerder (in 1950) was er ook al een krediet ter beschikking gesteld van fl. 867.700,--

Om de bouw te realiseren moesten er panden aan de Luciferstraat en de Grote Berg worden onteigend en diende er delen van van het bestaande bureau te worden gesloopt.(Onder)

Sloop van een deel van de garage en het lijkenlokaal.
De sloop van de toegangspoort
Sloop van het cellencomplex.
tekening nieuwbouw 1953
Bij de voorgenomen uitbreiding van het hoofdbureau was er voornamelijk naar gestreefd om de verschillende lokaliteiten, behorende tot dezelfde dienst of afdeling, zoveel mogelijk te groeperen om de kamer van het betrokken diensthoofd of de betrokken afdelingschef heen, zodat elke dienst of afdeling een eenheid vormde. Ook kwamen de diensten of afdelingen, die onderling een nauwe samenwerking vereisten, in elkaars onmiddellijke omgeving te liggen.  In gebouw A (het al bestaande hoofdgebouw) werd op de begane grond –zoals ook toen al het geval was- de Surveillance- en bewakingsdienst ondergebracht, waarbij bijzondere aandacht werd besteed aan de lokaliteit van de wachtcommandant, Resultaat: gemakkelijk bereikbaar voor het publiek, gelegen bij de agentenwacht en het cellencomplex en goed geoutilleerd.
Daarbij werd er aan gedacht het publiek gescheiden te houden van de zich bij de wachtcommandant in- en uitmeldende agent.
Dat aan –en afmelden bij de wachtcommandant heeft tot begin tachtiger jaren geduurd. Het hield in dat je voor aanvang van je ronde bij de wachtcommandant in de houding ging staan, salueerde en meldde dat je op surveillance ging. Bij terugkomst deed je hetzelfde en werden bijzonderheden die je meldde, door hem in een zogenaamd ‘mutatieboek’ geschreven. 

De agentenwacht werd ook totaal vernieuwd. De wacht -zonder pilaren uitgevoerd – werd vergroot en er kwam een keukentje, garderobe, schrijf- en typeruimte, droogkast en meldruimte bij wachtcommandant. Zoals je op de foto's hieronder kunt zien was er sprake van "hufterproof" kantoormeubilair.
Zelfs de typemachines waren van dat niveau in die tijd. Er werd wel eens schertsend gezegd dat, als je materiaal wilde testen je dat het best bij de politie in gebruik kon geven. Als het na drie maanden nog te gebruiken was werd het als degelijk bestempeld.
Daarom was waarschijnlijk in de beoordeling van iedereen opgenomen hoe hij omging met diensteigendommen.
 
agentenwacht surveillancedienst
 
type tafel in de agentenwacht
Jaren later (1967) werd een deel van de agentenwacht voorzien van een zitje dat "aan het personeel een comfortabel en sfeervol verblijf" bood.(onder)
 
 
vlnr: Tom Verhoef, Wil Blommers, Joop Raap en Gerard Aalbers namen dat serieus zoals op deze foto is te zien.

Er wordt trots melding gemaakt van de laatste nieuwe technische snufjes in het gebouw:

  • een omroepinstallatie die zo konden worden bediend dat de omroeper zelf kon bepalen in welke delen van het gebouw de boodschap kon worden gehoord;
  • De mobilofoonkamer was iets nieuws en zou in de toekomst grote mogelijkheden voor de wachtcommandant bieden, wat betreft overzicht van de gemeente, de surveillance en de paraatheid bij assistentieverlening.
    Aan een van de wanden van de ruimte waarin de wachtcommandant zich bevond werd een grote kaart van de gemeente Eindhoven bevestigd in een lichtbak. De afmeting daarvan was ongeveer 3 x 3 meter. De gemeente Eindhoven was op die kaart verdeeld in alle autowijken die de politie toen besurveilleerde. (11 á 12 in totaal) (onder)
plattegrond gemeente Eindhoven
  • Als zich een auto via de mobilofoon uitmeldde naar bijvoorbeeld wijk H dan draaide de mobilofonist op zijn paneel een knop rond totdat die op wijk H stond ingesteld en drukte hij daarna de knop in. Dan werd vak H op de kaart van Eindhoven verlicht zodat de wachtcommandant in een oogopslag kon zien welke van de Eindhovense wijken op dat moment werd besurveilleerd. (onder met vlnr: Koos de Rouw en Paul van Rooij)
mobilofoonkamer

Deze meldkamer voldeed op een bepaald moment niet meer. In eigen beheer werd toen een nieuwe gebouwd. 
 
  • De wachtcommandant had ook de beschikking over een schakeltableau waarop hij kon zien welke arrestant had via een belsignaal in zijn cel contact zocht zodat hij dan met de arrestantenbewaarder contact kon opnemen.(onder met Piet Klerks adjudant) 
schakeltableau wachtcommandant
  • Er werd ook een zogenaamde confrontatiespiegel aangeschaft. Als een getuige of slachtoffer met een dader moest worden geconfronteerd werd de dader voor een voor hem normale spiegel geplaatst. Aan de andere kant daarvan stond dan de getuige of het slachtoffer die de verdachte kon zien zonder dat die hem of haar zag. Er werd een wire-recorder aangeschaft, de voorloper van een bandrecorder Het was mogelijk verdachten te filmen op de luchtplaats zonder dat ze dat merkten. Met de huidige techniek niets om ophef over te maken maar toen was het heel vernuftig. In een van de muren van de luchtplaats zaten enkele zwarte stenen gemetseld als een soort sierrand. Een van die stenen was echter een metalen dekselje dat er kon worden uitgenomen en waarachter een camera was opgesteld. Er werd een totaal nieuw noodaggregaat aangeschaft wat de elektriciteit kon opwekken die nodig was in geval in Eindhoven een stroomstoring was.(onder)
noodaggregaat hoofdbureau
  • Ook was er een spreek- en wachtkamertje en een vertrek voor aangehoudenen, eveneens in zijn onmiddellijke omgeving. Dat zou de armslag van de wachtcommandant behoorlijk moeten vergroten.
    Op de eerste en tweede verdieping van gebouw A waren de vertrekken van de korpsleiding en de administratieve onderdelen.
conferentiekamer
  • De oude kamer van de hoofdcommissaris werd verbouwd tot conferentiekamer en bibliotheek.(boven) De kamer van de hoofdcommissaris kwam op de plaats waar eerst de financiële afdeling was gesitueerd.(onder)
kamer hoofdcommissaris
  • Op de tweede verdieping van gebouw A kwam de afdeling registratuur en documentatie met de typekamer, de centrale cartotheek, de telex /en telefooncentrale en de plaatselijke inlichtingendienst.
    aangrenzend was het cellenblok (B).

VERDERE INDELING:
De chef verkeer en de chef sectie stad afd. Surveillance en Bewaking hadden hun eigen kamer in de onmiddellijke nabijheid van het hoofd van de geüniformeerde Dienst.
 
Verder waren er:
  • een E.H.B.O.-kamer, tevens behandelingskamer voor een dokter;
  • een portiersloge (hier o.m. aangifte gevonden en verloren voorwerpen),
  • een centrale entree, traphal en diensttoiletten;
bouwput vleugel hoofdbureauIn de nieuwe vleugel aan de Deken van Somerenstraat (gebouw C) werd de hele begane grond ingericht voor de afdeling Verkeer. De inspecteur Verkeer kreeg daar zijn kamer.
De afdeling Vervoerswezen, de groep Aanrijdingen en de agenten van de Verkeersafdeling kregen ruime vertrekken met verhoorkamers, tekenkamer, schrijf- en typekamer, toiletten, keukentje, douchecel, garderobe en droogkast. Het vergrote noodaggregaat (noodverlichting) kreeg een plaats bij de bestaande garages op de toenmalige arrestanten luchtplaats. Die werd verschoven en werd gesitueerd binnen het geheel afgesloten cellencomplex. De luchtplaats was gedeeltelijk overdekt, zodat onder alle weersomstandigheden het luchten van de arrestanten kon plaats vinden.
Op de foto links zijn rechtsboven nog de oude huisjes te zien tussen de brandweerkazerne en het politiebureau.
 
Op de eerste verdieping van gebouw C werden de kamers van de criminele recherche en kinderpolitie gepland. Op de tweede verdieping de technische recherche donkere kamer etc.(onder)
 
doka

 doka