Na de oorlog

Artikelindex

Beoordeling nieuwe stijl

Tot begin vijftiger jaren werd van iedereen een zogenaamde conduitestaat bijgehouden en periodiek een beoorlingsrapport opgemaakt. Er waren echter geen eenduidige regels.
Daarom werd er een nieuw beoordelingssysteem ontwikkeld dat ten doel had:

  • verfijning van de beoordeling
  • tot dan veel voorkomende zeer geringe afwijkingen zoveel mogelijk wegwerken

De voornaamste punten die aan het systeem ten grondslag lagen:

  • iedereen zoveel mogelijk vanuit dezelfde gezichtspunten beoordelen (daartoe werd een formulier ontwikkeld
  • twee personen beoordelen onafhankelijk van elkaar en de korpsleiding geeft niet eerder een oordeel dan nadat het hoofd van de afdeling zijn oordeel heeft gevormd
  • beoordelen naar de functie (hoewel bij de invoering van dit formulier nog niet nog niet alle functies waren beschreven)

Hieronder een weergave van het toenmalige beoordelingsformulier:

BEOORDELINGSFORMULIER van:

Rang:

ingedeeld bij:

Beoordeeld door:
1:
2:

Datum uitgifte:

(De beoordelaars dienen omtrent de invulling van dit formulier geen overleg te plegen)

A: Persoonlijke eigenschappen

 

1: Betrouwbaarheid-eerlijkheid
2: Gezagsgetrouwheid
3: Gezagsuitoefening t/o publiek

4: Tact

5: Initiatief
6: Moed
7: Geheugen
8: Zelfstandigheid
9: Nauwkeurigheid

10: Bespraaktheid
(uitdrukkingsvaardigheid)
11: Doortastendheid

12: Opmerkingsvermogen-speurzin

13: Zelfbeheersing

14: Dienstijver
1
5: Houding t/o meerderen
16: Belangstelling v. h. vak
17: Intelligentie
18: Studiezin
19: Omgang met collega's
20: Omgangsvormen

21: Zorg uiterlijk voorkomen

22: Beschaafdheid in spreken

23: Gedrag: in dienst/buiten dienst

24: Sociaal gevoel


Karakterbeschrijving:

B: Kennis:

Theoretische vakbekwaamheid:
1: Algemene vakkennis
2: Bedrevenheid in het opmaken van processen-verbaal en rapporten:

Opgave diplomabezit:


Praktische vakbekwaamheid:
1: Inzicht in zijn taak
2: Uitvoeren van opdrachten
3: Uit eigen initiatief verkregen resultaten
4: Overwicht op publiek
5: wijze van surveilleren (voor recherchepersoneel 'verhoortechniek)
6: Plaatselijke bekendheid (voor recherchepersoneel bekendheid in onderwereld)
7: Mensenkennis
8: Verscheidenheid in de soort van opgemaakte processen-verbaal
9: Sportbeoefening
10:Exercitie

Commentaar:

 

E Geschiktheid in leiding geven

a: in zijn tegenwoordige rang onvoldoende-voldoende-goed-zeer goed
(alleen in te vullen vanaf de rang van hoofdagent)

b: in de naast hogere rang: zeer geschikt-geschikt-niet geschikt-nog niet geschikt

 

Commentaar:


F. Ontwikkelingsgang.

Achteruitgang - geen verandering – vooruitgang - grote vooruitgang.

Commentaar:

G. Bijzonderheden.

1: Zijn er bijzondere omstandigheden (ziekte, psychische moeilijkheden, overplaatsing, huisvesting ed. welke de beoordeelde bij zijn taakuitoefening hebben beïnvloed? Zo ja,welke?
2: Zijn er gegronde klachten tegen de beoordeelde ingediend? Zo ja, welke?
3: Werd de beoordeelde terzake van zijn dienstverrichtingen of gedrag onderhouden c.q. gestraft? 
Zo ja, waarom?
4: Heeft de beoordeelde zich bij zin taakuitoefening in een of andere vorm bijzonder van zijn  collega's onderscheiden? Zo ja in welk opzicht?
5. Was de beoordeelde bij een ander dienstonderdeel gedetacheerd? Zo ja, gedurende welk tijdvak en bij welk onderdeel en hoe werd (wordt) hij aldaar door zijn superieuren beoordeeld?
deel uit beoordelingsformulier

Datum: Handtekening:

I. Aantekeningen van het Hoofd van Dienst.

Datum: Handtekening:

J. Aantekeningen korpsleiding.

Datum: Handtekening:

 

 

deel uit bedoordelingsformulier

 

In 1954 werd door de hoofdcommissaris opnieuw een gewijzigde dienstorder uit 1948 tav. de conduitestaten uitgevaardigd omdat in de praktijk die conduitestaten onvoldoende zorgvuldig werden bijgehouden. Dat gaf moeilijkheden als een personeelslid bijvoorbeeld vaak van afdeling wisselde en men dus bij een jaarlijkse beoordeling onvoldoende tussentijdse metingen had gedaan.

In 1965 werd door de hoofdcommissaris bepaald welke functies er in het korps waren. Dit was belangrijk om mensen te kunnen beoordelen omdat alle functies ook beschreven dienden te zijn.

In totaal werden er 90 functies vastgesteld als hieronder weergegeven

ALGEMENE LEIDING
1. Korpschef
Algemene Dienst
2. Hoofd van DienstAfdeling I en II en III.
3. Afdelingschef
4. Assistent Afdelingschef
5. Ploegadjudant
6. Ploegbrigadier
7. voet-rijwiel-motor- en/of autosurveillant
8. Rayonagent
9. Buitenwijker
10. Mobilofonist
11. Rechercheur jeugdbaldadigheid
12. Uitreiker gerechtelijke stukken
13. Bode
14. Portier
15. Arrestantenbewaker
16. Parkwachter

Afdeling Verkeer
17. Afdelingschef
18. Assistent Afdelingschef
19. Chef van het Bureau Verkeerswezen, het Bureau Rijopleiding en het Bureau Verkeersopvoeding en -propaganda.
20. Chef van het Bureau Verkeersongevallen en   het Bureau Vervoerswezen
21. Chef van het Bureau Verkeerswezen
22. Surveillant bij het Bureau Verkeerswezen
23. Chef van het Bureau Verkeersongevallen
24. Rechercheur Bureau verkeersongevallen
25. Tekenaar Bureau Verkeersongevallen
26. Analist Bureau Verkeersongevallen
27. Rechercheur Bureau Vervoerswezen
28. Verbalisant c.q. rapporteur verkeerszaken t.b.v. andere korpsen
29. Rij-instructeur
30. Verkeerspropagandist
31. Chef bureau Technische Verbindingen.
32. Chef Centrale Werkplaats en Vervoer
33. Monteur
34. Hulpmonteur
35. Chauffeur
36. Parkeercontroleur

Afdeling Bijzondere Wetten
37. Afdelingschef
38. Assistent Afdelingschef
39. Bureauchef
40. Rechercheur

Toegevoegd aan Hoofd van de Algemene Dienst
41. Verkeerskundig adviseur
42. Assistent Verkeerskundig adviseur
43. Sportinstructeur
44. Wapeninstructeur
45. Instructeur Reservepolitie.

Justitiële Dienst
46 Hoofd van DienstAfdeling Criminele  Recherche
47 Afdelingschef
48 Assistent Afdelingschef
49. Ploegchef
50. Hoofdrechercheur
51 Rechercheur

Afdeling Kinder- en Zedenpolitie
52. Afdelingschef
53. Assistent Afdelingschef
54. Chef Bureau Kinderpolitie
55. Rechercheur Bureau Kinderpolitie
56. Administratief ambtenaar Bureau Kinderpolitie (halve dag functie)
57. Chef bureau Zedenpolitie
58. Rechercheur Bureau Zedenpolitie
59. Maatschappelijk Werkster

Afdeling Technische Recherche
60. Afdelingschef
61. Assistent Afdelingschef
62. Technisch rechercheur

Bureau Vreemdelingen
63. Chef Bureau Vreemdelingen
64. Rechercheur Bureau Vreemdelingen

 

Bureau Plaatselijke Veiligheid
65. Chef Bureau Plaatselijke Veiligheid
66. Rechercheur Bureau Plaatselijke Veiligheid
67. Administratief ambtenaar Bureau Plaatselijke Veiligheid

Toegevoegd aan Hoofdcommissaris
Afdeling Personeel en Kabinet
68. Afdelingschef
69. Assistent Afdelingschef
70. Kabinettypiste
71. Administratief ambtenaar voor afgifte van vergunningen e.d. (halve dag functie, gecombineerd met functie 56)

Bureau Bijzondere Opdrachten
72. Chef Bureau Bijzondere Opdrachten
73. Rechercheur bij het Bureau Bijzondere Opdrachten

Afdeling Registratuur, Documentatie,Type- en Telexkamer


74. Afdelingschef
75. Documentalist
76. Ambtenaar, belast met controle, coördinatie, correctie en statistiek
77. Ambtenaar, belast met administratie misdrijfprocessen-verbaal
78. Ambtenaar, belast met administratie overtredingsprocessen-verbaal
79. Ambtenaar, belast met typewerk, controle afdoening van stukken en beheer bibliotheek
80. Ambtenaar, belast met typewerk, correctie en expeditie
81. Chef-typiste
82. Typiste
83. Telex-telefonisteAfdeling Financiën en Materieelbeheer
84. Afdelingschef
85. Assistent Afdelingschef
86. Materieelbeheerder
87. Kassier
88. Administratieve kracht
89. Corveeër in algemene dienst
90. Corveeër cellencomplex

TOP