Na de oorlog

De minister van Binnenlandse Zaken bepaalde na de oorlog de rangen en de sterkte van de gemeentepolitiekorpsen.
Vanaf 1945 tot 1955 werd de sterkte van de gemeentepolitie Eindhoven als volgt vastgesteld:

 

rang

1945

1946

1949

1955

hoofdcommissaris

 

1

1

1

commissaris

1

1

1

1

hoofdinspecteur A1

1

1

2

2

hoofdinspecteur A2

2

2

1

1

inspecteur A2 of A3

10

10

11

11

inspectrice

1

1

1

1

adjudant

8

8

9

10

brigadier

19

19

36

36

hoofdagent

24

63

60

69

agent 1e en 2e klas en adspirant

240

185

158

161

administratieve ambtenaren

25

25

22

22

technische ambtenaren

   

2

2

totaal

330

330

304

317


De verandering in 1945 werd ingevoerd omdat de minister het niet 'eerlijk' vond dat er bij de rijkspolitie meer bevorderingsmogelijkheden waren. Hij wilde dat verschil wegnemen hoewel hij wel aangaf dat: "de aard van de werkzaamheden van de rijkspolitie door grotere zelfstandigheid zodanig was dat het aantal opperwachtmeesters en wachtmeesters 1e klas (brigadiers en hoofdagenten bij de gemeentepolitie) groter mocht zijn"

Deze stelling zal menig oud rp-er warm in de oren klinken hoewel dat kolen op het vuur is in de gp-kringen in de altijd durende "strijd" tussen de twee voormalige korpsen.

 De rangonderscheidingstekens van de gemeentepolitie zagen er uit zoals hieronder is afgebeeld.

rangonderscheidingstekens

 Er kwamen nadien nog veel bezuinigingsronden die veel geschrijf en gepraat met zich meebrachten om zoveel mogelijk van de sterkte te behouden. Vooral het plan om te bezuinigen door de 55 jarigen te ontslaan bracht veel beroering teweeg omdat velen van hen dan gewoon niet meer konden rondkomen.

In de pers verschenen koppen als: "Gemeentepolitie straks duizend man minder" - Korps verontrust door bezuiniging" - Ernstige situatie voor 55-jarigen; Geest in korpsen geschaad."

De sterkte van 1955 werd bepaald omdat chefs aangaven dat ze hun taak niet meer goed konden uitvoeren omdat het inwoneraantal van Eindhoven sinds 1-1-1945 met ruim 25.000 was toegenomen en het aantal woningen met 7000.
In 1966 (bij het afscheid van Hoofdcommissaris van der Werf) bedroeg de korpssterkte 339 man en het inwoneraantal meer dan 180.000.
In 1947 waren er 135.000 inwoners en bedroeg de sterkte 335 man.

In 1968 werd de sterkte vastgesteld op 355 man.

Ook de kosten van het korps waren natuurlijk sinds 1945 behoorlijk toegenomen.

De Eindhovense normbedragen waren in 1961 (vergeleken met 1948) als volgt:

 

1948

1961

personeelskosten

fl. 3916,--

fl. 9600,--
adspiranten

fl. --

fl. 6600,--
kindertoeslagen fl. 176,-- fl. 314,--
materiële kosten fl. 550,-- fl. 1420,--
opleidingskosten fl. -- fl. 1500,--

 Naamsverandering afdelingen:

In 1957 werden de namen van alle afdelingen veranderd om meer eenheid te krijgen in de benaming daarvan en om de benaming meer in overeenstemming te brengen met hun onderscheidene werkzaamheden.

  1. De Geüniformeerde Dienst werd de Algemene Dienst;
    Inspecteur J. L. Odekerken volgde hoofdinspecteur Hanegraaf, die de dienst met pensioen ging verlaten, op als Hoofd van de Algemene Dienst.
    Aan inspecteur Odekerken werd als ambulant functionaris toegevoegd: inspecteur N. Gijben.
    Inspecteur J. Menger werd de vervanger van Odekerken en was daarnaast (rechtstreeks onder de korpsleiding) tevens belast met:de Baldadigheidsploeg: de Jeugdbrigade; (chef: insp. Gijben)

    • de generale personeelscontrole;
    • de opleiding voor het politiediploma A,
    • vreemde talendiploma's en het E.H.B.O.- diploma;
    • de lichamelijke oefeningen, het exercitieonderricht, het bijbrengen van wapenkennis en het houden van schietoefeningen
    • het beheer en het onderhoud van wapenen
    • de reservepolitie;
    • het instellen van antecedentenonderzoeken van sollicitanten.

    Aan inspecteur Menger waren toegevoegd: adjudant A. W. Verhoeven, brigadier P. J. v. Soerland en de sportinstructeur J. Jonkers.

  1. de Garage: de Centrale Werkplaats en Vervoer;

  2. de Groep Verkeersregeling: de Verkeersregelingsbrigade;

  3. de Groep Verkeersongevallen: de Verkeersongevallenbrigade;

  4. de Groep Voerwezen: de Vervoerswezenbrigade;

  5. de Groep Motorrijders: de Motorbrigade

  6. de toen nog twee Afdelingen Kinderpolitie en Zedenpolitie werden samengevoegd onder de benaming van Afdeling Kinder- en Zedenpolitie en werd onderverdeeld in twee bureaus, t.w. het Bureau Kinderpolitie (chef brigadier H. van Herwijnen) en het Bureau Zedenpolitie (chef L.Spoor); Afdelingschef werd Inspecteur J. Panis.

  7. de Afdeling Bijzondere Wetten wordt: Bureau Bijzondere Wetten en onderverdeeld  in:
    Bureau I – II – III

  8. de Afdeling Vreemdelingen wordt Bureau Vreemdelingen.

De chefs

Ploegchefs bij de sectie Stad bleven de inspecteurs A. Broekaart, W. van Gaalen en W. Waas.
Inspecteur J. C. de Kort werd chef van de sectie Stratum en vervanger van hoofdinspecteur Vrensen in zijn functie van hoofd van de Bijzondere Dienst.
Inspecteur de Kort bleef tevens belast met de uitreiking van stukken en tenuitvoerlegging van arrestatiebevelen, uitstel boetebetaling en gratieverzoeken.
Inspecteur Mr. Th. van Osta werd chef van de Sectie Woensel.
Inspecteur D. M. de Jaeger werd chef van de Afdeling Verkeer met als vervanger inspecteur Vringer.
Hoofdinspecteur A. Matla bleef hoofd van de Justitiële Dienst.
Inspecteur Mr. F. P. de Poorter bleef chef van de afdeling Criminele Recherche, en ook waarnemend hoofd van die dienst met als vervanger inspecteur H. de Wilde.
De heer Pullen bleef chef van de Afd. Technische Recherche.
Hoofdinspecteur Vrensen bleef hoofd van de Bijzondere Dienst met als vervanger inspecteur de Kort. 

Onderstaande foto waarop de korpsleiding met alle officieren, werd gemaakt bij het afscheid van burgemeester Kolfschoten in 1957.

 

 

Vooraan links com. Pijls en uiterst rechts hfd.com. van der Werf met in hun midden het echtpaar Kolfschoten

boven vlnr: De Kort - Matla - De Poorter - Panis - Menger - Vrensen - Odekerken - De Jaeger - Broekaart - Gijben - Vringer - Van Gaalen - Van Osta - Pullen - Waas - De Wilde