Na de oorlog

 

 

 

OMGEVINGSGERICHT WERKEN.

 

advertentieMet ingang van 1 november 1985 is de politie Eindhoven "Omgevingsgericht" gaan werken.
Dat betekende dat Eindhoven in drie districten werd verdeeld met ieder een eigen politiebureau.

Je zou kunnen zeggen dat het omgevingsgericht werken eigenlijk is gestart op 2 september 1974 met de introductie van een totaal nieuw wijkagentensysteem.

Die zouden nl. het contact tussen de politie en de Eindhovense inwoners moeten verbeteren.

Na 11 jaar bleek dat destijds te hoog gegrepen omdat de wijkagent in feite tussen de inwoners en zijn collega's in stond omdat ze los van die laatsten werkten.

 

Het uitgangspunt bij het Omgevingsgericht Werken was: "Centraal wat centraal moet. Decentraal wat decentraal kan."

 

onderzoekers onderzoekers
Enkele van de onderzoekers. (uiterst links Ries Straver, zoon van oudcommissaris Straver uit Eindhoven)

 

In 1978/1979 kwam het rapport Projectgroep Organisatiestructuur uit van een projectgroep van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. De projectgroep had als opdracht meegekregen een nieuw sterktestelsel te ontwerpen.
De projectgroep kwam echter tot de conclusie dat er genoeg politie was, maar dat die politie verkeerd werkte. Een andere beleidsvoering zou de doelstellingen van de politie alleen maar ten goede komen.
De belangrijkste kritiek in het rapport richtte zich tegen de specialisatie bij de politie en het slechte contakt onderling door de hiërarchische structuur.
Naar aanleiding van het rapport is een extern adviesbureau begin 1980 gaan kijken hoe het op de organisatie teruggevoerd kon worden.
Naar aanleiding van dat onderzoek is een groot aantal veranderingen doorgevoerd.


In willekeurige volgorde:

  • de verkeersdienst werd in de surveillance geïntegreerd,(verkeerstoezicht en ongevallenbehandeling)
  • de basispolitiefunctie werd verbreed,
  • de surveillanten gingen o.a. aanrijdingen behandelen,
  • er kwam verandering in de manier van leidinggeven, er kwam bij de recherche een bureau coördinatie,
  • er kwam een ander verplaatsings- en bevorderingsbeleid,
  • er kwamen 7 hoofdafdelingen,
  • de surveillanten gingen zesuurszaken behandelen
  • het bureau planning kreeg een andere structuur.
  • En om de kloof naar de burger te verkleinen werd in het beleidsplan aangegeven dat we omgevingsgericht (O.G.W.) moesten gaan werken.

 

DISTRICT NOORD

 

Hans van den BerghDistrict Noord was de eerste afdeling met een eigen bureau in Eindhoven dat op die manier ging werken en er ook voor werd ingericht. Het was 1 november 1985.
De districtschef werd Hans van den Bergh (l)
Het gebouw was weliswaar niet nieuw (het bestond al sinds eind zeventiger jaren) maar het verschil was dat nu alle gespecialiseerd diensten zoals recherche, bijzondere wetten, verkeerszaken, kinder -en zedenzaken etc.vanaf die datum vanuit dat bureau werkten.

Die diensten zaten voorheen gecentraliseerd op het hoofdbureau aan de Mathildelaan met als gevolg dat alle inwoners van Eindhoven naar dat bureau moesten als ze een gespecialiseerde dienst nodig hadden. In het begin kon met 24 uur per dag terecht.

bureau noord onthulling

 

 

groepsfoto personeel Bureau Noord

 

 

Bovenstaande foto is gemaakt om het personeel te introduceren bij de inwoners van de wijk. (klik op afbeelding voor vergroting)

 

 

Alleen al op bureau Noord waren bij de start van het "omgevingsgericht werken" 10 wijkagenten werkzaam die onder leiding stonden van 2 brigadiers te weten:

 

Noud Rijnaerts Bert Schellekens

 

Noud Rijnaerts (brig)  -  Bert Schellekens (brig)

 

Ad Berkers Fred den Ouden Geert Meijer Ger van Beers Jan de Ridder

vlnr: Ad Berkers - Fred den Ouden - Geert Meijer - Ger van Beers - Jan de Ridder

 

Jan van Dorst Peter van de Beeten Toon Timmermans Willem Huiszoon Wim van den Biggelaar

vlnr: Jan van Dorst - Peter van de Beeten - Toon Timmermans - Willem Huiszoon - Wim van den Biggelaar

 

De taak van de wijkagenten veranderde niet in vergelijking met die van vóór de reorganisatie. Ze gingen alleen een meer centrale rol vervullen in een nauwere samenwerking met alle bijzondere diensten die in het bureau waren ondergebracht,

 

 

DISTRICT ZUID

 

Jan van GestelOnder leiding van districtschef Jan van Gestel (l) kreeg het district Zuid op 1 juli 1987 een nieuw bureau in de wijk en wel aan het Balsemienplein.
Tijdelijk werd een voormalig schoolgebouw betrokken totdat het politiebureau aan de Aalsterweg klaar zou zijn.

Van Gestel was ook de "bouwpastoor" van dat nieuwe onderkomen.

 

 

  

Henk Mobach Geert Veroude

vlnr: Henk Mobach †(brig) - Geert Veroude (brig)

 

Frans van Roozendaal Henri Boon Jan van der Heijden Remy Blommaert Rob Lingeman Theo van den Eijnden

 

Op bureau Stratum-Gestel waren  6 wijkagenten olv. 2 brigadiers werkzaam te weten:

vlnr: Frans van Roozendaal - Henri Boon - Jan van der Heijden - Remy Blommaert - Rob Lingeman - Theo van den Eijnden.

 

DISTRICT CENTRUM

 

Op 1 juni 1988 ging het omgevingsgericht werken van start voor het hoofdbureau en wel voor het district centrum. Daaronder vielen de wijken Centrum, Strijp en Tongelre.
Het was een symbolische datum omdat het komen tot omgevingsgericht werken een proces was en dus niet van de een op de andere dag een feit was.
Er was een turbulente periode aan voorafgegaan van verbouwingen die deels werden veroorzaakt door de komst van de Rijkspolitie in het bureau. Verder moesten natuurlijk ook de eigen werkruimten geschikt worden gemaakt.

Er werd in de hal een grote open balie gemaakt waar publiek te woord werd gestaan door medewerkers van de Administratieve Dienst Ondersteuning (ADO)


De afdeling bestond uit een chef en een aantal administratieve krachten, die veel werk uit handen van de politieagenten en  rechercheur namen, met name op het administratieve vlak.

Zaken als:

  • opnemen van aangiften van misdrijven verwerken van door agenten opgemaakte processen-verbaal
  • afwerken van kienvergunningen
  • vermissing rij- en kentekenbewijs,paspoort
  • meldingen van evenementen
  • betalen van allerleibekeuringen
  • verder alle voorkomende administratieve werkzaamheden die niet direct met het publiek te maken hebben, doch voor het district waren.
 

Eén van de doelstellingen was, dat mensen die voor ,,zaken" naar de ADO kwamen, vlot geholpen werden en niet lang hoefden te wachten.

Alle personeelsleden van ADO beschikten over een opsporingsbe voegdheid zodat ze toch een proces-verbaal mochten opmaken.

De nieuwe opzet was, dat de mensen in de hal van het bureau te woord werden gestaan en dat  bijvoorbeeld een aangifte in de hal werd opgenomen aan een speciale balie. De meer privacygevoelige  aangiften werden vanzelfsprekend in spreekkamers afgehandeld. 

Enkele gegevens over District Eindhoven Centrum over 1987 dat toen werd  bewoond door 51.798 mensen (27,1 % van alle inwoners van Eindhoven).

  • 650 aangiften van woninginbraken
  • 2296 aangiften van diefstal uit auto's en 190 aangiften van diefstal van auto-onderdelen
  • 1037 aangiften van inbraken in scholen en bedrijven
  •  31206 parkeerovertredingen
  • 732 winkeldiefstallen ter ore van de politie gekomen. In oktober 1987 werd gestart met het Lik-op-stuk beleid ter bestrijding en voorkoming van winkeldiefstallen. 0nder bepaalde voorwaarden kon de winkeldief in aanmerking komen voor een lik-op-stuk transaktie. Dit was een geldboete. 
    Bij het voldoen daaraan werd het feit in verband met eventuele herhaling geregistreerd en vervolgens als afgedaan beschouwd. Bij niet betalen kwam de winkeldief binnen drie maanden voor de politierechter (lik-op-stuk).
  • De opsporing van ernstige geweldsmisdrijven had en heeft in het Eindhovense korps een hoge prioriteit.  Geweld tegen homo’s  is daar één voorbeeld van. Na onderzoek was gebleken dat met name de aangiftebereidheid van de slachtoffers van dit geweld moest worden verhoogd.
  • In het verleden was de opsporing van daders van groter belang dan de slachtofferhulp. In 1987 was via een landelijk beleid bepaald dat dit echter gelijkwaardig diende te zijn. De politie richtte zich daarom op crisisinterventie en doorverwijzing.
  • ln het kader van de bestrijding van de veel voorkomende criminaliteit kreeg de aanpak van het vandalisme de nodige aandacht. ln Eindhoven was de haltwinkel. Jeugdige vandalen die aan een aantal voorwaarden voldeden (o.a. bekennen, voor het eerst in aanraking met politie) kregen een alternatieve straf in plaats van een proces-verbaal en geregistreerd zijn bij justitie. De politie leverde als het ware de vandalen aan de haltwinkel. Zij moesten dan een aantal uren werken om de schade te betalen c.q. te herstellen. Ze werden in gesprekken met de medewerkers van de haltwinkel zoveel mogelijk met de feiten en gevolgen van hun gedrag geconfronteerd. ln 1987 werden er 57 vandalen via district Centrum doorverwezen naar de haltwinkel

 leiding centrum 1988

 

Na twee jaar in district Noord als districschef te hebben gewerkt werd Hans van den Bergh nu districtschef van district Centrum.

De afdelingen Centrum, Tongelre en Strijp zaten vooralsnog in hetzelfde bureau.
Pas veel later zouden Strijp en Tongelre hun eigen bureau krijgen.

De voltallige leiding van het district staat hierboven aangetreden voor het hoofdbureau aan de Mathildelaan.

VLNR: Marja Raaijmakers (ADO) - Fons Blommaert - Wim Swart - Hans van den Bergh - Pieter van Bokhoven - Jan Kort en Henk Achten.

 

In dit district waren 6 wijkagenten werkzaam te weten:

 

Wil Becs Piet Alkema Mart Strijbos Frans Hijnen jan thiele Wally Lutters


vlnr: Wil Becs - Piet Alkema - Mart Strijbos - Frans Hijnen - Jan Thiele† - Wally Lutters

 

De afdeling recherche Centrum

bestond in 1988 uit 4 rechercheurs, waaronder 4 jeugd/zedenrechercheurs en een coördinator voor jeugd- en zedenzaken voor de drie districten.

Mensen konden bij de recherchegroep terecht voor inlichtingen, raad en advies ten aanzien van:

  1. Jeugdzaken:
    Jeugd- en zedenzakenrechercheurs werkten vaak samen met jeugdhulpverleningsinstellingen èn met ouders van jongeren die. door wat voor een oorzaak dan ook, in de problemen waren geraakt.
  2. Zedenzaken:
    jeugd- en zedenzakenrechercheurs hadden een speciale opleiding gehad om een slachtoffer van een zedendelict een goede eerste opvang te geven en ze naar de juiste hulpverlenende instantie te verwijzen.De politie Eindhoven beschikte toen al over een speciale opvang –en onderzoeksruimte. Indien nodig  werd een vrouwelijke arts ontboden en kon men zich, bij het doen van aangifte, laten bijstaan door een vriend(in) of familielid.
  3. Gewelds/vermogensdelicten:
    De recherche was de afdeling die zaken behandelde als mishandeling, bedreiging, vernieling, brandstichting, diefstallen, inbraak. De recherchegroep onderzocht ook bedrijfsongevallen, samen met de arbeidsinspectie, zelfdoding of niet-natuurlijke dood. Daarnaast trad zij op bij euthanasie, moord of doodslag.

 De afdeling Verkeer.

 

Deze afdeling bestond (in vergelijking met de vroegere afdeling verkeer die 8 jaar tevoren was opgeheven)  uit slechts enkele krachten. De afdeling verzorgde een coördinerende rol tussen de 3 districten. Taken die vroeger ook al door de zelfstandige afdeling verkeer werden uitgevoerd.

Zo werden binnen de afdeling  nauwkeurig de ongevalcijfers bijgehouden en in kaart gebracht om zodoende het verkeerstoezicht daarop af te kunnen stemmen.

Ontheffingen voor bijzondere wegtransporten werden er afgegeven terwijl men ook de zorg had over de opleiding en het toezicht op de Verkeersbrigadiers (kinderoversteekplaatsen). Verder werden er voor alle districten de technische onderzoeken aan voertuigen uitgevoerd.

 

Afdeling Bijzondere Wetten:

 

Deze afdeling verleende verguningen en ontheffingen die voor wetten als Jachtwet, Vogelwet, Visserijwet, Winkelsluitingswet, wapenwet etc. nodig waren. Verder hadden ze natuurlijk het toezicht op die wetten en verleende ze adviezen aan andere overheidsinstanties zoals de gemeente.

 

Een nieuw fenomeen: Werkplannen.

 

In 1988 werd er begonnen met het maken van zogenaamde werkplannen. Per district werd beschreven welke politiezorg dat gebied nodig had. Niet aan alles kon aandacht worden geschonken maar de plannen moesten aangeven welke problemen het meest in de wijken leefden. Daardoor moest het werk van de politie efficiënter worden. Daarom ging de politie te rade bij de bewoners zelf maar ook bij andere instanties die in de buurt werkzaam waren. Op die manier moest duidelijk worden wat er speelde. Dan werd beschreven welke problemen werden aangepakt en hoe dat moest gebeuren.

 

Op de plattegrond van Eindhoven zag de nieuwe indeling van de drie districten er als volgt uit:

 

 

districtsindeling 1988

 

 

 

BEZUINIGINGEN

 

advertentieMidden tachtiger jaren begon ook de landelijke overheid met het beknibbelen op politieuitgaven. Rob Hessing
Zowel de toenmalige hoofdcommissaris Rob Hessing (r) als de burgemeester van dat moment, Dr.Gilles Borrie, gaven stevige kritiek op het landelijke beleid ten aanzien van de politie.
De hoofdcommissaris verweet in een van zijn toespraken de beide departementen dat die onvoldoende in staat zijn geweest het dagelijkse politie management te ondersteunen en dat ze niet of nauwelijks voorwaardenscheppend hadden gewerkt.
Ook verweet hij de departementen dat die zich teveel met details bemoeiden, terwijl ze zich met hoofdzaken dienden bezig te houden omdat concrete bedrijfsvoering niet op landelijk niveau te regelen zou zijn.
Door de overheid werden destijds ombuigingsoperaties uitgevoerd en werden politiekorpsen achteraf gekort.

Hessing: "Er valt geen plaatselijk politiebeleid te voeren en strategische keuzes te maken, wanneer het management steeds wordt getracteerd op kortingen die een terugwerkend effect hebben. Het zal voor het korps steeds moeilijker worden een antwoord te vinden op mankracht en middelen."

In 1986 dienden er 19 formatieplaatsen te worden ingeleverd. Op dat moment wist Hessing dat tot 5 te beperken en moest later dat jaar stevig gaan 'vechten' voor behoud van de andere plaatsen.
Steeds meer burgerpersoneel diende bepaalde taken van de politie over te nemen.
Eenvoudig toezicht, administratieve taken werden daarmee bedoeld.
In zijn nieuwjaarstoespraak van 1987 waren de toverwoorden van Hessing efficiëntere dienstroosters, kwaliteit van werk, rouleren en flexibiliteit. Specialisme weghalen waar mogelijk is zodat de meesten breder inzetbaar waren.
De roep om meer mensen of handhaving van de bestaande sterkte hoorde je op het ene moment en de bovengenoemde mogelijkheden weer op andere momenten. Ook van burgemeester Borrie die in een interview in het kader van zijn afscheid ronduit zijn minachting uitsprak over de bezuinigingsmaatregelen.

Enkele citaten uit het interview: 
"De inkrimping is volstrekt in strijd met de prioriteiten die er gesteld moeten worden hoewel ik wel denk dat er effciënter gewerkt kan worden."
"Er wordt door de landelijke overheid teveel met het rode potlood gestreept"

"Als we zo doorgaan is het politievak naar mijn mening niet meer naar behoren uit te oefenen"

"Kamerleden zijn over het algemeen onvoldoende geïnformeerd over de situatie waarin de politie zich bevindt."

 

CONTRACTMANAGEMENT.

In 1987 werd er weer iets nieuws ingevoerd. Contractmanagement. Dit was een middel om het korpsbeleid te concretiseren. Het korps was al langer gewend aan cijfers mbt. personeel en financiën maar niet op het gebied van politiewerk.
Er waren tal van bezwaren onder de korpsleden. Het eigenlijke politiewerk, het product, zou niet in cijfers uit te drukken zijn. Vooral op het gebied van hulpverlening was dat moeilijk.
Toch waren er natuurlijk ook werkzaamheden die wel in cijfers te vatten waren.
Te denken viel aan:

  • Afgehandelde verkeersongevallen
  • (On)opgeloste misdrijven
  • Aantal aangehouden verdachten
  • Aantal opgemaakte processen verbaal
  • etc.

De cijfers zouden moeten helpen bij het maken van juiste beslissingen en dus niet direct moeten leiden tot beslissingen.

De doelen die men daarbij voor ogen had:

  1. Meer duidelijkheid; een district, afdeling of ploeg weet concreet wat er van hen verwacht wordt;
  2. Betere bijsturing; een district, afdeling of ploeg krijgt de mogelijkheid bij te sturen wanneer het contract niet gehaald dreigt te worden;
  3. Betere verantwoording; een district, afdeling of ploeg krijgt de mogelijkheid zich te verantwoorden voor de verrichte activiteiten;

In de eerste contracten, die door de drie districtschefs voor hun district met de korpschef werden ondertekend, werd niet alleen aangegeven welke productie zij voor het komende jaar wilden gaan leveren, maar ook wat ze dachten nodig te hebben om dat doel te behalen. Mensen, middelen en budget.

In de beginperiode moest alle informatie die nodig was om het contractmanagement te controleren op de juiste werking, handmatig worden bijgehouden door de zogenaamde ADO's van ieder district. Dat waren de Administratieve Diensten Ondersteuning. Een geautomatiseerd systeem moest nog ontwikkeld worden.

Het was natuurlijk niet zo dat, als er een contract was afgesloten, de rest vanzelf kwam. De contracten waren daar te abstract voor. De afdelingen moesten zelf aan de slag om (met het contract als kader) werkplannen te maken. Daarin gaf men aan hoe men de gestelde doelen wilde behalen.
Contractmanagement was een middel om binnen de politie bedrijfsmatiger met elkaar om te gaan.

  

TOP