Opleiding

 
Wervingsfunctionaris
 
Hieronder twee reclame-advertenties uit de oude tijd om politieambtenaren te werven.
advertentie werving 1959


 
 
 
 
 
 
 
  
advertentie werving 1959 tekst
Nico WaterschootVanwege de te verwachten vacatures besloot de korpsleiding in 1970 Nico Waterschoot (r) vrij te maken om jong personeel te gaan werven. Het was de eerste keer dat iemand uit de executieve dienst enkele maanden voor dat doel werd vrijgemaakt van zijn eigenlijke taak van surveillant.Hij bezocht scholen ed. om kandidaten te werven.
Beneden de 21 was een MAVO-diploma de minimale eis en tussen 21 en 28 was een zodanig verstandelijk niveau dat met de politieopleiding kon volgen, het vereiste.
De lichaamslengte moest minimaal 1,75 m. bedragen.
 
voorlichtingDoor de wervingsambtenaar werden scholen bezocht, tentoonstellingen ingericht, excursies verzorgd, gastlessen gegeven  etc. dit in samenwerking met de wervingsambtenaren van Rijkspolitie en andere GP-korpsen uit de regio.
850 leerlingen gaven zich toen op voor een excursie op het hoofdbureau aan de Grote Berg.
Vanaf november 1970 solliciteerden er 88 jongeren waarvan 5 vrouwen. Die laatsten werden naar andere korpsen verwezen omdat Eindhoven nog geen vrouwen aannam. 
Er werden tot dan 44 sollicitanten afgewezen.

In totaal werden in die periode 3500 jongeren bereikt. Het bleek onder de jeugd heel goed aan te slaan en er werd (oa. in schoolkranten) heel positief over geschreven.

Op een muurkrant op een van de scholen stond de taak van de politie als volgt omschreven

Hun plicht gebiedt om dag en nacht te waken,
te helpen in nood, en nimmer te verzaken.

Boven: Jongeren worden voorgelicht over de Harley Davidson KH-900 die tot 1971 bij de verkeerspolitie Eindhoven in gebruik was. werving 3

werving 7

werving
Boven: Nico Waterschoot in functie als wervingsambtenaar.

De werving werd later steeds grootser aangepakt. Landelijk kwam er een grote bus (signalement van de politie) die van plaats naar plaats trok om jongeren warm te maken voor het politievak. Plaatselijke politiemensen bemanden dan de bus om hen te woord te staan. In Eindhoven was dat oa. Piet Hijnen.
werving 4

werving 5 werving 2

Jan Kersten schreef regelmatig (maatschappij) kritische stukjes in het korpsblad.
Altijd doorspekt met humor. Zo schreef hij ook het onderstaande artikeltje over de wervingsbus.

IN DE „BUS" GENOMEN

Ja, waarachtig. Op vrijdag 8 en zaterdag 9 september 1972 stond de hoop van de Nederlandse politie op ons eigen vertrouwde Stationsplein.
Als je er als politieman binnenstapt, weet je wat je te wachten staat. Anders wordt het natuurlijk, als je dit enorme gevaarte als leek betreedt.
Ondergetekende probeerde zich even in de schoenen van zo’n leek te stellen en beklom schoorvoetend het ijzeren trapje dat naar het innerlijk van deze wervings -en voorlichtingstempel voerde.
Als je het moede hoofd weer opricht, omdat die ijzeren treden ook weinig aantrekkelijks te bieden hebben, kijk je in het breed grijnzende gezicht van een duidelijk voor deze taak opgeleide politieman, die je met een breed handgebaar verder noodt.
Nu ben je als leek niet zo onder de indruk van grijnzende politiemensen, dus kijk je maar snel een andere kant op. Je aandacht wordt dan onmiddellijk getrokken door een beschadigd bloot baby-bipsje, dat in onnatuurlijke proporties aan de wand van de bus is bevestigd. „Kindermishandeling", mompelt de agent naast je onverschillig.
werving 6Je knikt zwijgend en toont je diep onder de indruk over de kennis van zaken, die zo'n man toch maar heeft. “Als er verder nog vragen zijn, hoor ik het wel".
Met die woorden neemt hij zijn post boven aan het trapje weer in. Vol ontzag bekijk je hem dan ook eens van de achterkant.
Wat zijn het toch knoeperts van kerels. Maar ja, je bent niet de bus binnengestapt om flinke kerels te gaan staan bekijken, per slot van rekening ben je een gezonde jongen.
Langzaam loop je verder en staart vol bewondering naar de grote hoeveelheid foto's die alle facetten van het politiewerk proberen weer te geven.
Je ziet aanrijdingen, branden, de zee, relletjes. En de daarboven geplaatste kreten als: Preventie, Bestrijding van de misdaad en Hulp aan burgers, doen je duizelen.
Plotseling duikt er vanachter het als biechtstoel aandoend achterdeel van de bus nog een agent op. Onwillekeurig vraag jij je af of er misschien een nest zit.
Met onderzoekende ogen bekijkt hij je van top tot teen en vraagt dan of je werkelijk geïnteresseerd bent. "Natuurlijk". Wat moet je anders.
Je kunt moeilijk zeggen dat je alleen maar even rondkijkt. Je bent tenslotte niet bij V&D. Dan mag je met die echte agent die biechtstoel in. Wat een eer, wat een eer!
Voorzichtig neem je plaats op een wankel stoeltje en kijkt oom agent vragend aan. In een stortvloed van woorden begint hij je duidelijk te maken, dat het bij de politie nog niet zo slecht is.  
Tot slot van zijn betoog overlaadt hij je met allerlei brochures en formulieren. Er is er zelfs eentje in kleuren bij. Na hem een hand gegeven te hebben en enkele malen te hebben geknikt op vragen die je niet begrijpt, loop je de bus weer uit.
Nog eenmaal loop je langs al de foto's en dan valt het je pas op. Bekeuren hoeven ze blijkbaar niet veel.
En als je dan met een voldaan gezicht en vol goede verwachtingen het trapje afloopt, na even vriendelijk te hebben geknikt tegen de agent bij de deur, blijkt achter de ruitenwisser van je auto een klein geel briefje te zitten.
Dan begrijp je plotseling ook de betekenis van de woorden op de sticker, die je zojuist hebt gekregen: “Het is maar goed dat er politie is".
Jake